NGV-Geonieuws 53 artikel 374

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 September 2003, jaargang 5 nr. 18 artikel 374

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 53! Op de huidige pagina is alleen artikel 374 te lezen.

<< Vorig artikel: 373 | Volgend artikel: 375 >>

374 Landschap gereconstrueerd uit gefossiliseerde uitwerpselen van uitgestorven hyena
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De reconstructie van vroegere landschappen is op verschillende wijzen mogelijk. Voor Pleistocene landschappen wordt vaak gebruik gemaakt van pollen en sporen, die bewaard gebleven zijn in kleirijke sedimenten zoals de opvullingen van meertjes. Veranderingen in de vegetatie worden dan herkend aan veranderingen in de polleninhoud naarmate diepere (= oudere) of juist hogere (= jongere) laagjes van zo’n meerafzetting worden geanalyseerd. Er zijn echter ook ook tal van landschappen waarin de kans op fossilisatie van pollen en sporen gering is, bijv. doordat in bossen of grasrijke vlaktes geen sedimenten worden afgezet. In andere landschapstypen wordt vooral zand afgezet; de daarin opgenomen pollen en sporen gaan door oxidatie (door zuurstof uit de lucht die in de poriën tussen de zandkorrels doordringt) meestal spoedig verloren.


COPROLIETEN VAN DE HOLENHYENA CUTA CROCUTA SPELAEA

Soms kunnen in zo’n geval toch voldoende pollen worden gevonden om de vegetatie te reconstrueren. Een van de mogelijkheden daartoe is om de pollen te isoleren uit coprolieten (fossiele uitwerpselen). In een recent Spaans onderzoek is dat gedaan met de coprolieten van hyena’s. (Niet van belang voor dit onderzoek, maar toch aardig om te vermelden, is dat het hierbij gaat om een inmiddels uitgestorven hyenasoort: de holenhyena, Cuta crocuta spelaeae wat groter was dan de huidige gevlekte hyena). Hyenacoprolieten zijn voor reconstructie van een vroegere vegetatie zeer geschikt, omdat deze dieren grote afstanden afleggen. De pollen in hun uitwerpselen geven daarom een beeld van de regionale vegetatie, en niet die van de (mogelijk afwijkende) vegetatie op een enkel punt. In de Gabasa Grot (aan de voet van de Pyreneeën) werden twaalf hyenacoprolieten aangetroffen, waarvan er acht goedbewaarde pollen bleken te bevatten. Daarnaast werden de pollen uit talrijke hyenacoprolieten onderzocht die werden gevonden bij een archeologische vindplaats (uit het Mousterien) in de nabijheid.

De Gabasa Grot werd langdurig bewoond door hominiden; er zijn acht archeologische lagen te onderscheiden, die elk een langdurige (maar soms onderbroken) vestigingsfase vertegenwoordigen. De oudste laag kon niet worden gedateerd, maar de op een na oudste is minimaal 50.700 jaar oud. De bovenkant van de jongste laag dateert van ruim 39.900 jaar geleden. De onderzochte coprolieten komen uit alle lagen en geven daarom een goed beeld van de regionale vegetatie tussen ca. 50.000 en 40.000 jaar geleden.

Die vegetatie blijkt aanvankelijk karakteristiek te zijn geweest voor een droog en koud tot koel klimaat. Steppen (met veel grasachtige soorten) overheersten, en werden plaatselijk onderbroken door kleine bossen die voornamelijk uit naaldbomen en wat jeneverbessen bestonden. Opvallend is dat er ook zogeheten refugia bestonden: plaatsen waar planten uit een meer gematigd klimaat konden overleven, zoals de berk. Dit was waarschijnlijk mogelijk door lokale geografische omstandigheden in het dal van de Ebro. Pas op het einde van de genoemde periode werd het klimaat warmer. Dat blijkt uit het relatief grote aantal pollen van de eik (tot 10%), naast die van de den (60%).

Referenties:
  • González-Sampériz, P., Montes, L. & Utrilla, P., 2003. Pollen in hyena coprolites from Gabasa Cave (northern Spain). Review of Palaeobotany and Palynology 126, p. 7-15.

Afbeelding welwillend ter beschikking gesteld door Penélope González-Sampériz, Instituto Pirenaico de Ecologia, Saragoza (Spanje).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl