NGV-Geonieuws 54 artikel 378

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 2003, jaargang 5 nr. 19 artikel 378

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 54! Op de huidige pagina is alleen artikel 378 te lezen.

<< Vorig artikel: 377 | Volgend artikel: 379 >>

378 Ook massauitsterving in Midden-Devoon mogelijk gevolg van inslag
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Omstreeks 380 miljoen jaar geleden (op de grens tussen het Eifelien en het Givetien) stierf zo´n 40% van alle geslachten van in zee levende dieren plotseling uit. Dit staat bekend als de Kacák/otomari gebeurtenis. De oorzaak hiervan was tot nu toe niet bekend. Er zijn nu echter duidelijke aanwijzingen gevonden voor een inslag ten tijde van deze gebeurtenis. Dat duidt niet per definitie op een oorzakelijk verband. Want van de meer dan honderd gedocumenteerde inslagkraters weten we slechts van één (de Chixculub-krater die op de grens Krijt/Tertiair werd gevormd) dat er met vrijwel 100% zekerheid een oorzakelijk verband bestaat tussen de inslag en een massauitsterving.

Het blijkt echter dat op de grens van Eifelien en Givetien (E/G-grens) tal van verschijnselen optreden die alleen goed verklaard kunnen worden met behulp van een inslag die zulke grote gevolgen had dat het voor de hand ligt dat er ook een grote (negatieve) invloed moet zijn geweest op het toenmalige leven. Dat betreft onder meer het wereldwijd voorkomen van hoge concentraties van kwartskorrels die een grote schok hebben ondergaan, het plotseling optreden van abnormale concentraties van nikkel, chroom, arsenicum en kobalt, en een (relatief) grote verandering (9‰) in de verhouding tussen de koolstofisotopen C-12 en C-13. Bovendien vonden de onderzoekers bij Jebel Mech Irdane (Marokko) op deze grens kleine bolletjes die typerend zijn voor inslagen, doordat ze bestaan uit materiaal dat in de atmosfeer is gecondenseerd uit materiaal van de aardkorst dat bij een grote inslag verdampt (soms in combinatie met materiaal uit de eveneens al dan niet geheel verdampte bolide) en vervolgens in de atmosfeer geleidelijk afkoelt.

Deze microbolletjes, die in grootte variëren van 10-150 micron (0,01-0,15 mm) en die dezelfde karakteristieken vertonen als soortgelijke bolletjes die op de K/T-grens voorkomen, zijn afwezig onder de grens en zijn op 5 m boven de grens ook niet meer aanwezig. De bolletjes zijn verweerd en vertonen veelal de hierboven genoemde hoge metaalconcentraties die kenmerkend is voor inslagen.

De plotselinge verandering in de verhouding tussen de koolstofisotopen in de onderzochte sectie in Marokko wijst op zeer plotseling dramatisch veranderde omstandigheden. Deze verandering in de koolstofisotopenverhouding blijkt op de E/G-grens ook op te treden in Australië, wat op een wereldwijd effect wijst. De oorzaak van deze plotselinge wereldwijde verandering staat (nog?) niet vast. Maar de onderzoekers denken aan een combinatie van factoren zoals een ineenstorting van het mariene ecosysteem (waardoor de C-13 concentratie daalt) en het vrijkomen en dissociëren van gashydraten (waardoor de C-12 concentratie stijgt).

Referenties:
  • Ellwood, B.B., Benoist, S.L., El Hassani, A., Wheeler, Chr. & Crick, R.E., 2003. Impact ejecta layer from the Mid-Devonian: possible connection to global mass extinctions. Science 300, p. 1734-1737.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl