NGV-Geonieuws 3 artikel 38

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 1999, jaargang 1 nr. 3 artikel 38

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 3! Op de huidige pagina is alleen artikel 38 te lezen.

<< Vorig artikel: 37 | Volgend artikel: 39 >>

38 Maas en Overijsselse Vecht tijdens grote klimaatveranderingen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Hoe rivieren reageren op grote klimaatveranderingen is het onderwerp van het proefschrift waarop Margriet Huisink op 11 februari promoveerde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Voor haar onderzoek analyseerde zij de afzettingen van de Maas en de Vecht gedurende vier perioden waarin het klimaat sterk veranderde vanaf het midden van de laatste ijstijd tot vlak na de laatste ijstijd. Het gaat daarbij om overgang van eerst koud (Midden Pleniglaciaal: 59.000-27.000 jaar geleden) naar extreem koud (Laat Pleniglaciaal: 27.000-13.000 jaar geleden), dan naar warmer (Laatglaciaal: 13.000-11.000 jaar geleden), vervolgens weer naar veel kouder gedurende het laatste interval (Jonge Dryas: 11.000- 10.000 jaar geleden) van het Laatglaciaal en ten slotte weer naar warmer (Holoceen, na afloop van de laatste ijstijd). De temperatuurfluctuaties zijn inmiddels, vooral dankzij pollenanalyse, goed bekend; doelstelling was daarom een onderzoek naar de respons van rivieren op dergelijke fluctuaties.

Om locale effecten uit te sluiten, werden twee rivieren uitgekozen. De door deze rivieren gevormde afzettingen werden vooral onderzocht via boormonsters, omdat deze afzettingen vrijwel nergens aan de dag treden. Een beperkt aantal punten waar dat wel het geval is, werden onderzocht bij wijze van ijking.

Het beeld van vooral de Maas is sterk gecompliceerd doordat in Limburg (en meer stroomopwaarts) opheffing plaatsvond. Anderzijds verlegde de monding zich, mede als gevolg van met de klimaatfluctuaties samenhangende zeespiegelfluctuaties. Toch kan worden vastgesteld dat De Maas aanvankelijk (Midden Pleniglaciaal) een rivier was met een hoog-energetische, verwilderde stroming, waarvan het energieniveau afnam in het Laat Pleniglaciaal, waarna het systeem geleidelijk overging naar meanderend (Laatglaciaal), om daarna te veranderen in een sterk erosief, opnieuw verwilderd systeem (Jonge Dryas) en ten slotte in een nog steeds sterk erosief maar meanderend systeem (Vroeg Holoceen). Erosie vond dus vooral plaats op de overgang van warm naar koud en omgekeerd, terwijl sedimentatie juist optrad tijdens perioden van meer gelijkmatige temperatuur. De insnijding aan het begin van een koudere tijd kan primair worden verklaard door een grotere waterafvoer; de insnijding aan het begin van een warmere tijd is een gevolg van minder sedimentaanvoer, mede als gevolg van een toenemende vegetatiedichtheid.

Bij de Overijsselse Vecht trof Margriet Huizink een vergelijkbare ontwikkeling aan: van een laag-energetische, nauwelijks van zijn plaats komende rivier in het Midden Pleniglaciaal tot een vlechtende rivier in het Laat Pleniglaciaal, waarna de rivier in het Laatglaciaal begon te meanderen en zich tegelijk insneed, om weer te verwilderen in de Jonge Dryas. De mate van vegetatie, die sterk afhangt van de temperatuur, speelde bij deze ontwikkeling waarschijnlijk een hoofdrol, niet alleen door het vasthouden van sediment, maar ook door de resulterende extra verdamping en de toenemende bergingscapaciteit van de bodem.

Helaas gaat Huizink in het proefschrift - dat helaas volstaat met zet- en spelfouten (en dat ook niet met veel verve werd verdedigd) nauwelijks in op de door haar in de inleiding als hoofdonderwerp geschetste vraag: welke rivierprocessen zijn nu echt een gevolg van de klimaatveranderingen en welke moeten worden toegeschreven aan vooral lokale factoren.

Referenties:
  • Huisink, M., 1999. Changing river styles in response to climate change - examples from the Maas and Vecht during the Weichselian Pleni- and Lateglacial. Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 127 blz.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl