NGV-Geonieuws 56 artikel 388

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 November 2003, jaargang 5 nr. 21 artikel 388

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 56! Op de huidige pagina is alleen artikel 388 te lezen.

<< Vorig artikel: 387 | Volgend artikel: 389 >>

388 Bronnen van CO2-verontreiniging in Parijs onderscheiden
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Wandelaars en andere verkeersdeelnemers in het centrum van een grote stad zijn vaak blootgesteld aan soms zeer sterke verontreiniging van de lucht met CO2 (koolzuurgas). Dat gas blijkt verrassenderwijs nauwelijks afkomstig te zijn van auto’s met een dieselmotor, en evenmin van de verbranding van fossiele energiebronnen ten behoeve van verwarmingsinstallaties. Dat is een van de opmerkelijke uitkomsten van een onderzoek dat werd uitgevoerd door David Widory en Marc Javoy van de Université de Paris VII. Hun resultaten kunnen belangrijke gevolgen hebben voor de bestrijding van (te) hoge concentraties aan koolzuurgas.

De relatieve aandelen die diverse CO2-bronnen hebben in de totale hoeveelheid atmosferisch CO2 op een bepaalde plaats konden door Widory en Javoy worden vastgesteld op een even simpele als doeltreffende manier. Daartoe combineerden ze meetgegevens van de absolute CO2-concentratie ter plaatse met analyses van de koolstofisotopen in de CO2. Ze deden dat voor 12 locaties in het centrum van Parijs en daarnaast voor 7 locaties in een voorstad (Essonne), 5 plaatsen buiten de stad, en 10 locaties op het universiteitsterrein en in gebouwen van de universiteit. Op alle locaties werden luchtmonsters van 3 liter genomen. Om de eventuele invloed van luchtvochtigheid uit te sluiten, werden alle monsters voor hun analyse eerst gedroogd.

Voor dit onderzoek onderscheidden de onderzoekers drie relevante niveaus in de lucht. De onderste laag - vanaf de grond tot slechts enkele meters hoogte - is uiteraard het meest relevant in verband met de gezondheid van de mensen op straat. Ter vergelijking verstrekken de onderzoekers overigens ook enige gegevens over de middelste zone, die reikt tot aan de zogeheten inversielaag (waar een temperatuurgrens ligt die vermenging van de lucht eronder en erboven moeilijk maakt. In deze zone blijkt de belangrijkste CO2-bron (ca. 50%) te bestaan uit verwarmingsinstallaties. De lucht boven de inversielaag is niet onderzocht omdat die in dit verband niet relevant werd geacht.

In de onderste luchtlaag van Parijs (105 km2), die een volume heeft van ca. 30 km3, bedraagt de CO2-uitstoot jaarlijks 7 miljoen ton, waarvan ongeveer de helft door verwarmingsinstallaties (voornamelijk via aardgas), 20% door wegverkeer en 30% door een groot aantal andere typen bronnen. Dat was bekend. Niet bekend - maar vanwege de gezondheidsaspecten van groot belang) was tot nu toe echter hoe lang die CO2 van de afzonderlijke emissiebronnen in deze onderste laag verblijft, omdat de CO2 uit de diverse bronnen niet kon worden onderscheiden. Hoe langer het koolzuurgas uit een bepaalde bron in de onderste luchtlaag verblijft, hoe meer nadelige invloed die uiteraard heeft op de gezondheid van de mensen. De verblijftijd van de CO2 in de onderste luchtlaag hangt vooral af van de richting waarin het gas wordt uitgestoten, de temperatuur waarmee dit gebeurt, en de mate van luchtturbulentie ter plaatse.

Widory en Javoy hebben gekeken van welke bronnen de CO2 in de onderste luchtlaag in Parijs afkomstig is. Het blijkt dat het gas voor ca. 90% afkomstig is van auto’s die rijden op loodvrije benzine. Op drukke plaatsen in de stad vormt de CO2 in door mensen uitgeademde lucht een goede tweede; op meer open plaatsen blijken vaak verrassend hoge CO2-concentraties uit luchtstromingen vanaf de oceaan voor te komen. Dat laatste is ook het geval op de monsterlocaties buiten de stad. In de stad blijkt de CO2 uit verwarmingsinstallaties en dieselmotoren snel uit de onderste luchtlaag te verdwijnen naar de middelste luchtlaag.

Referenties:
  • Widory, D. & Javoy, M., 2003. The carbon isotope composition of atmospheric CO2 in Paris. Earth and Planetary Science Letters 215, p. 289-298.

N.B.: een iets afwijkende vorm van dit bericht werd onder de titel 'Isotopen verraden bron van Parijse CO2-verontreiniging' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap en Onderwijs' van NRC Handelsblad (18 oktober 2003).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl