NGV-Geonieuws 57 artikel 394

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 November 2003, jaargang 5 nr. 22 artikel 394

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 57! Op de huidige pagina is alleen artikel 394 te lezen.

<< Vorig artikel: 393 | Volgend artikel: 395 >>

394 Klimaat Zuidpool 2000 jaar voor op dat van Noordpool
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De temperatuurfluctuaties tijdens het laatste deel van het Pleistoceen en het Holoceen (en misschien wel van het hele Pleistoceen) liepen niet overal op aarde synchroon. Zo was al enige tijd bekend dat de opwarming na de laatste ijstijd eerder begon op de Zuidpool dan op de Noordpool. Hoeveel tijdverschil daartussen zat, was echter niet geheel duidelijk, en de opvattingen daarover verschilden aanzienlijk. Dat hangt samen met de moeilijkheid om de diverse jaarlaagjes in een ijspakket nauwkeurig te dateren.

Dit probleem lijkt nu opgelost: onderzoekers hebben een techniek ontwikkeld waarmee het optreden van temperatuurfluctuaties in de opeenvolgende ijslaagjes is vast te stellen. Door dat te doen in ijs van het noordelijk halfrond (gewoonlijk Groenland) en van Antarctica, kunnen zo - net als bij dendrochronologie waarbij de relatieve diktes van boomringen worden vergeleken - correleerbare niveaus va temperatuurfluctuaties in boorkernen worden vastgesteld.

Het principe waarop dit berust, is simpel. In de in het ijs ingesloten gasbelletjes (die in feite lucht op ongeveer het moment van sneeuwafzetting voorstelt) komen argon en stikstof voor. Beide bestaan uit verschillende isotopen. Wanneer de locale temperatuur binnen niet te lange tijd voldoende verandert, dan resulteert de thermische gradiŽnt in het ijs veranderingen in de isotopenverhouding (gedifferentieerde fractionering). In de luchtbelletjes komt ook methaangas voor. Dit gas, dat op wereldwijde schaal goed vermengd - dus overal in gelijke hoeveelheden - in de atmosfeer voorkomt, nam in atmosferische concentratie toe toen de 'wetlands' (drassige gebieden) zich begonnen uit te breiden (en daarbij methaan aan de atmosfeer afstonden) toen op het noordelijk halfrond de temperatuur steeg. Door enerzijds de signalen van argon en stikstof en anderzijds het methaansignaal te analyseren, kan het moment van temperatuurstijging op het zuidelijk halfrond worden vergeleken met dat op het noordelijk halfrond.

De onderzoekers gebruikten hiervoor een boorkern uit het ijs bij Vostok (Antarctica). Deze kern omvatte de laatste 108.000 jaar. Uit de analyse bleek dat de opwarming na de laatste ijstijd op Antarctica 2000 jaar eerder begon dan de vergelijkbare opwarming op het noordelijk halfrond. Waarmee het eigenlijk alleen nog maar moeilijker is geworden om een logische grens tussen Pleistoceen en Holoceen te trekken.

Referenties:
  • Caillon, N., Jouzel, J., Severinghaus, J.P., Chapellaz, J. &


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl