NGV-Geonieuws 58 artikel 396

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 2003, jaargang 5 nr. 23 artikel 396

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 58! Op de huidige pagina is alleen artikel 396 te lezen.

<< Vorig artikel: 395 | Volgend artikel: 397 >>

396 Atollen in Grote Oceaan blijken zeer jong
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Antropologen hebben zich lang afgevraagd waarom de PolynesiŽrs een 'rustpauze' van zoín 1500 jaar inlasten op hun geleidelijke verbreiding van het westen naar het oosten in de Grote Oceaan (Stille Zuidzee). Volgens William Dickinson, een geoloog van de Universiteit van Arizona, was die pauze noodgedwongen, omdat er in die 1500 jaar geen eilandjes waren die als tussenstation op de reis konden dienen. Nu zijn die eilandjes er volop, veelal in de vorm van atollen, zoals Bikini (bekend van Franse atoomproeven). Destijds bestonden ze echter nog niet, want ze zijn nog geen tweeduizend jaar oud, volgens Dickinson.


ATOL

Sinds het midden van de 19e eeuw hebben wetenschappers, onder wie Darwin, zich het hoofd gebroken over de ontstaanswijze van atollen: ringvormige eilanden die aan hun oppervlak bestaan uit rifachtig materiaal (vaak in de vorm van koraalgruis). Darwin dacht dat atollen ontstonden doordat riffen bleven aangroeien aan de bovenkant van de kraterpijp van een langzaam wegzakkende vulkaan. Later werd vrij algemeen aangenomen dat dit ringvormige aangroeien van koralen (die grotendeels dicht onder het zeeniveau leven) niet plaats vond rondom een wegzakkende vulkaankrater, maar omdat de zee (na de lage zeespiegelstand tijdens de laatste ijstijd) steeg. Volgens Dickinson is het complexer, en gaat het om een samenspel tussen zeespiegelfluctuaties en verticale bewegingen van de zeebodem.

Voor het begin van de laatste ijstijd (115.000 jaar geleden) bouwden koralen riffen op de toppen van nauwelijks door de zee overstroomde vulkaantoppen. Op het hoogtepunt van de ijstijd, 95.000 jaar geleden, staken die vulkanen door de zeespiegeldaling ver boven zee uit; ze vormden eilanden met steile rotskusten. Regenwater op die eilanden drong de grond binnen, loste daar kalk op en voerde het mee naar de buitenzijde van het eiland. Daar kwam het kalkrijke grondwater weer naar buiten, waarbij het deels verdampte zodat het oververzadigd aan kalk raakte. Daardoor sloeg kalk uit het water chemisch neer, waarbij het harde korsten op de kliffen vormde. Erosie zorgde ervoor dat deze verkorste stroken aan de buitenzijde van het eiland langzamer werden afgebroken dan de koraalgesteenten zonder zoín korst. Het eiland veranderde zo op den duur in een harde, ringvormige wal rondom een depressie van relatief zacht gesteente.

Toen het landijs zoín 18.000 jaar geleden begon af te smelten, begon de zeespiegel weer te stijgen. Ongeveer 8500 jaar geleden kwam de zee weer op het niveau van de top van de eilanden; vanaf dat moment moesten de koraalriffen omhoog blijven aangroeien om het zeeniveau bij te houden. Ze deden dat vanaf de hoogste harde ondergrond, dus vanaf de ringvormige wal. Dat ging door tot ongeveer 4000 jaar geleden, toen de zee in het tropische deel van de Grote Oceaan zijn hoogste stand bereikte: ongeveer twee meter hoger dan thans. Daarna zakte de zeespiegel iets, doordat de bodem in meer gematigde zones daalde als gevolg van isostatische compensatie voor het verdwenen ijs op hoge breedte. Ongeveer 1000 jaar geleden bereikte de zeespiegel in het tropische deel van de Grote Oceaan weer ongeveer zijn huidige niveau. De ringvormige atollen staken toen dus maximaal twee meter boven de zeespiegel uit.

De bovenstaande verklaring is niet helemaal nieuw, maar Dickinson is wel de eerste die er goede bewijzen voor heeft. Die betreffen: boorkernen van zes atollen die de ouderdom van het rif na de laatste ijstijd onthullen, dateringen die aangeven hoe de zeespiegelstand in de laatste 125.000 jaar veranderde, en berekeningen over de erosie van de kalksteenplateaus. Deze drie series gegevens blijken volledig op elkaar aan te sluiten. Daarmee is dus niet alleen een plausibele verklaring gevonden voor het ontstaan van atollen, maar tegelijk het probleem opgelost van de 'lange pauze' van de reislustige PolynesiŽrs: die konden zich enkele duizenden jaren geleden nu eenmaal niet vestigen op eilanden die nog niet waren gevormd.

Referenties:
  • Dickinson, W.R., 2003. Atoll and Motu history: eustasy and hydro-isostasy. In: Geoscience horizons (Seattle, 2003): Abstracts with programs. The Geological Society of America, p. 259.

Afbeelding van website Stephan Dassow.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl