NGV-Geonieuws 60 artikel 407

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2004, jaargang 6 nr. 1 artikel 407

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 60! Op de huidige pagina is alleen artikel 407 te lezen.

<< Vorig artikel: 406 | Volgend artikel: 408 >>

407 Veel bosbranden teisterden centraal Europa 250 miljoen jaar geleden
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het jaar 2003 kende tal van grote bosbranden, zowel in de Verenigde Staten als in West-Europa. Voor een deel wordt dat toegeschreven aan de droge, hete zomer, voor een deel ook aan menselijke activiteit (brandstichting, onzorgvuldigheid). Grote bosgebieden gingen hierdoor verloren. Ook toen er nog lang geen sprake was van mensen op aarde kwamen echter grote bosbranden voor, soms nog veel groter dan de branden van 2003. Onderzoek van twee Duitse paleobotanici heeft dat duidelijk gemaakt voor het Zechstein (ca. 250 miljoen jaar geleden).


HOUTSKOOLFRAGMENTEN IN HET ZECHSTEIN BIJ FRANKENBERG

De bosbranden konden worden vastgesteld aan de hand van houtskoolfragmenten in gesteenten die tijdens het Zechstein werden gevormd. De aard van de houtskool bewijst dat het gaat om materiaal dat bij bosbrand is ontstaan. Uit de afgeronde vorm van sommige houtskoolfragmenten die in de omgeving van Frankenberg (in Hessen, Duitsland) werden aangetroffen, blijkt dat ze zijn getransporteerd door stromend water. Hoewel het gaat om kwetsbaar materiaal zijn deze fragmenten mogelijk ver vervoerd, zodat niet geconcludeerd kan worden waar deze brand(en) plaatsvonden. Waarschijnlijk gaat het bij een aanzienlijk deel van het materiaal om hout van coniferen. Andere houtskoolfragmenten bestaan zeker uit de verkoolde naalden van coniferen, maar deze komen weinig voor en zijn vaak in kleine stukjes gebroken; het is, tenminste in een aantal gevallen, echter vrijwel zeker dat het om het geslacht Ullmannia gaat, mogelijk om de soort U. frumentaria of de soort U. bronnii.

Uit het Zechstein zijn ook versteende restanten van bomen bekend. De anatomische variatie in de houtskoolfragmenten is echter veelal groter dan in het versteende materiaal. Uit de houtskool kan echter niet worden opgemaakt of het daarbij gaat om een grotere verscheidenheid van taxa, of dat het gaat om anatomisch verschillende onderdelen van soorten die tot een beperkt aantal taxa behoren.

De houtskool en de verspreiding daarvan maken duidelijk dat er destijds regelmatig grote bosbranden in de dennenbossen van het Zechstein moeten zijn voorgekomen. De auteurs menen er zelfs uit te kunnen opmaken dat die branden betrekkelijk vaak optraden in vergelijking met de huidige situatie. Dat is een conclusie die van belang is voor het begrijpen van de ecologische omstandigheden van destijds. Tot nu toe was daarover namelijk feitelijk niets bekend over het bestaan van bosbranden in door coniferen gedomineerde, hoger gelegen bossen uit het Paleozoïcum.

Referenties:
  • Uhl, D. & Kerp, H., 2003. Wildfires in the Late Palaeozoic of Central Europe - the Zechstein (Upper Permian) of NW-Hesse (Germany). Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 199, p. 1-15.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Dieter Uhl, Institut für Geowissenschaften, Eberhard-Karls-Universität, Tübingen (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl