NGV-Geonieuws 60 artikel 408

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2004, jaargang 6 nr. 1 artikel 408

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 60! Op de huidige pagina is alleen artikel 408 te lezen.

<< Vorig artikel: 407 | Volgend artikel: 409 >>

408 Vroege landplanten zorgden voor omwenteling in zee
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Ongeveer 360 miljoen jaar geleden veranderde het aanzien van de aarde drastisch door de ontwikkeling van zaadvormende planten, de opkomst van bomen en het ontstaan van bossen met een gevarieerde flora. Tegelijkertijd deed zich een dramatische verandering in zee voor, die vooral in ondiepe tropische zeeŽn tot uitdrukking kwam: de variatie in leven nam sterk af, en vooral koralen waren een belangrijk slachtoffer. Volgens de geologen Thomas Algeo (Universiteit van Cincinnati) en Stephen Scheckler (Technische Hogeschool van Virginia) was die gelijktijdigheid geen toeval: op het jaarlijkse congres van de Geological Society of America, dat van 2-5 november werd gehouden in Seattle (VS) wezen ze op een oorzakelijk verband, ook al zijn daarvan nog niet alle details duidelijk.

Een nieuw type bodemvorming zou de sleutel zijn. Door de plotselinge, sterke toename van het plantendek ontstond voor het eerst in de aardgeschiedenis een type bodem dat niet alleen gebaseerd was op de inwerking van abiotische fysische en chemische processen op het gesteente. De activiteit van de nieuwe flora zorgde voor een enorm snellere bodemvorming. Het nieuwe vermogen om zich via zaad te verspreiden betekende bovendien dat het plantendek zich vanuit de oorspronkelijk vooral geprefereerde vochtige laaglandgebieden naar hogere en steilere gebieden kon uitbreiden. Ook daar begonnen planten dus water aan de bodem te onttrekken. Het resultaat was een drogere bodem die rijk was aan organisch materiaal, maar ook veel rijker dan voorheen aan mineralen in een voor organismen opneembare vorm.

Deze combinatie van factoren leidde volgens de onderzoekers tot uitloging van de bodem op een veel grotere schaal dan ooit eerder had plaatsgevonden. Door de uitloging werden grote hoeveelheden voedingsstoffen en mineralen via stroompjes en rivieren naar zee afgevoerd. In zee kon de bioproductiviteit daardoor sterk toenemen. Veel diergroepen waren echter niet in staat om van die mogelijkheid te profiteren, waarschijnlijk doordat er andere belemmerende factoren waren. Dat betekende dat de soorten die wel gebruik konden maken van de vergrote aanvoer van voedingsstoffen een overheersende rol konden gaan spelen, en veel andere soorten eerst naar randgebieden wegjoeg, en tenslotte geheel deed verdwijnen.

Volgens Algeo heeft de rol van de bodem als chemisch interface tussen de levensgemeenschappen op het land en in zee tot nu toe veel te weinig aandacht gekregen. In de discussie naar aanleiding van zijn presentatie werd opgemerkt dat ook in de discussie over de oorzaken van de huidige teruggang van koralen naar dit aspect gekeken zou moeten worden.

Referenties:
  • Algeo, Th.J. & Scheckler, S.E., 2003. The role of soils as an interface between terrestrial and marine ecosystems: the Middle to Late Devonian. Abstract 188-7 in: Geoscience horizons (Seattle, 2003): Abstracts with programs. The Geological Society of America, p. 458-459


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl