NGV-Geonieuws 61 artikel 410

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2004, jaargang 6 nr. 2 artikel 410

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 61! Op de huidige pagina is alleen artikel 410 te lezen.

<< Vorig artikel: 409 | Volgend artikel: 411 >>

410 IJsbergen lieten stenen achter op 385 m hoogte
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie ! Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Tijdens de laatste ijstijd bestonden er in Noord-Amerika enorme meren van smeltwater. Daaruit kwamen soms in korte tijd grote hoeveelheden water vrij, bijv. wanneer een natuurlijke barrière door erosie werd ingesneden of wanneer een ijsdam doorbrak. Er konden dan enorme waterstromen ontstaan die zich door dalen omlaag stortten. Dat gebeurde onder meer talrijke malen met Lake Missoula, op een plaats die nu in de staat Montana ligt. De vloedstromen uit Lake Missoula volgden een weg tot in de huidige staat Washington, waarbij het water grote ijsbergen uit Lake Missoula meevoerde.


EEN VAN DE 'DROPSTONES', MET GEHEEL ANDERE SAMENSTELLING DAN DE VASTE GESTEENTEN TER PLAATSE

Die ijsbergen liepen voor een deel aan de grond in Washington, bij Rattlesnake Mountain (de 'Ratelslangberg'). Die bergtop stak destijds uit boven een 250 m diep smeltwatermeer, en vormde het hoogste punt in de omgeving. De vastgelopen ijsbergen smolten op den duur, waarbij ze stenen achterlieten die ze op hun tocht vanuit Lake Missoula hadden meegevoerd. Dat materiaal, variërend van fijne slibdeeltjes tot rotsblokken van zo’n 8 m groot, kan worden herkend doordat het her en der verstrooid ligt op Rattlesnake Mountain, en een heel andere samenstelling heeft dan het vaste gesteente ter plaatse.

Die rotsblokken komen voor tot op een hoogte van ca. 385 m. Dat is zo’n 15 m onder het maximale niveau dat de stromen ter plaatse soms moeten hebben bereikt, zoals blijkt uit andere gegevens. Op lagere niveaus komen steeds meer van dergelijke rotsblokken en stenen voor. Dat wijst erop dat er verscheidene keren sprake moet zijn geweest van een grote vloed, maar dat die niet allemaal even hoog kwamen.

Een opvallend verschijnsel is dat de stenen en rotsblokken niet allemaal hoekig zijn, wat wel te verwachten zou zijn als ze gedurende de laatste ijstijd ergens door het landijs zouden zijn geërodeerd, meegevoerd, en tenslotte via de in een vloed meegesleurde ijsbergen op Rattlesnake Mountain terecht zouden zijn gekomen. De meest voor de hand liggende verklaring is dat die gesteenten al een langere geschiedenis achter zich hebben. Volgens de onderzoekers kunnen ze tijdens een eerdere ijstijd met het landijs in de richting van Lake Missoula zijn vervoerd (dat meer heeft van 1-2 miljoen jaar geleden tot ca. 13.000 jaar geleden bestaan, en derhalve een aantal ijstijden meegemaakt). Tijdens de laatste ijstijd zouden de afgerond stenen, samen met het 'verse' hoekige materiaal, ingebed in ijsbergen, met een vloedstroom uit Lake Missoula zijn getransporteerd tot de ijsbergen op Rattlesnake Mountain aan de grond liepen, smolten en hun stenen en rotsblokken dooreengemengd achterlieten. Zo komen daar nu op grote hoogte rotsblokken voor op plaatsen die niet door het landijs bedekt waren, maar die niettemin hun ligging daar te danken hebben aan het bestaan van ijsbergen die tijdens een ijstijd op een meer van gigantische afmetingen ronddreven.

Referenties:
  • Bjornstad, B.N., Jennet, E.M., Gaston, J. & Kleinknecht, G., 2003. Erratic behavior on Rattlesnake Mountain, Hanford Reach National Monument, South-Cenhtral Washington. In: Geoscience horizons - Abstracts with programs GSA Annual Meeting & Exposition (Seattle, 2003) 86-16.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Bruce Bjornstad, Department of Energy, Pacific Northwest National Laboratory, Richland, WA (USA).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl