NGV-Geonieuws 61 artikel 411

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2004, jaargang 6 nr. 2 artikel 411

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 61! Op de huidige pagina is alleen artikel 411 te lezen.

<< Vorig artikel: 410 | Volgend artikel: 412 >>

411 Meteorieten selectief bij transport van aminozuren naar aarde
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De aminozuren die op sommige meteorieten (koolstofhoudende chondrieten) worden aangetroffen (waarvan 1 type, glycine, volgens spectraalanalyses ook in interstellaire gaswolken voorkomt) zijn gelijk aan aminozuren die aan de basis staan van het leven op aarde, maar vormen daarvan slechts een deel. Bovendien zijn de acht aminozuren die op deze chondrieten worden aangetroffen, behalve juist glycine, overwegend linksdraaiend (net zoals de aminozuren in de eiwitten van aards leven). Steve Macko (Universiteit van Virginia) heeft enkele mogelijke verklaringen voor dit merkwaardige verschijnsel.

Het leven op aarde is gebaseerd op ongeveer twintig aminozuren. Beroemd geworden experimenten door Stanley Miller en Harold Urey, meer dan vijftig jaar geleden, bewezen dat deze aminozuren kunnen ontstaan door bliksemontladingen in een ruimte met waterdamp, methaangas en ammonia. Daarom werd lang gedacht dat de aminozuren op aarde zouden zijn ontstaan in de vroege aardatmosfeer. Die hypothese is echter alweer verlaten: de meeste deskundigen menen nu dat aminozuren via meteorieten op aarde terecht zijn gekomen. Een zwaar bombardement van grote en minder grote asteroïden, ca. 3,8 miljard jaar geleden, zou dit hebben bewerkstelligd.

Een van de redenen dat nu de herkomst van aminozuren in de ruimte wordt gezocht, is de vondst van de Murchison meteoriet, een chondriet die in 1969 in een aantal fragmenten ongeveer 100 km ten noorden van Melbourne op aarde terechtkwam. Deze meteoriet bevatte diverse 'organische' moleculen, maar ook precies de aminozuren die bij de experimenten van Miller en Urey waren ontstaan. Er was echter één opmerkelijk verschil, dat werd opgemerkt door Mike Engel: in het experiment waren gelijke hoeveelheden links- en rechtsdraaiende aminozuren gevormd, maar op de Murchison meteoriet ging het overwegend om linksdraaiende moleculen. Omdat de fragmenten van de meteoriet direct waren verzameld (men had ze zien vallen) is de kans dat dit overwegend linksdraaiende karakter een aardse 'verontreiniging' is, extreem klein. Kennelijk komen dus zowel op aarde als in de ruimte overwegend linksdraaiende exemplaren voor. Er is nog geen overtuigende verklaring gevonden voor dit linksdraaiende karakter als kennelijke voorwaarde voor het leven.

Voor de afwezigheid van zo’n 12 'aardse' aminozuren op meteorieten heeft Macko wel een verklaring. Toen 3,8 miljard jaar geleden talloze ruimtebrokken op aarde vielen (genoeg om de hele aarde met een metersdikke laag te bedekken), was de aardatmosfeer reducerend. Volgens Macko biedt dat een aannemelijke verklaring: in de huidige, oxiderende, atmosfeer overleeft een deel van de aminozuren het laatste deel van de reis naar de aarde niet. Deze aannemelijke verklaring zou getoetst kunnen worden door meteorieten via ruimteschepen of -stations buiten de atmosfeer te vangen, en te onderzoeken op hun aminozuren. Dat onderzoek zou de speurtocht naar de oorsprong van het leven op aarde weer een stukje verder kunnen brengen.

Referenties:
  • Macko, S., 2003. The significance of protein amino acids in carbonaceous meteorites. In: Geoscience horizons - Abstracts with programs GSA Annual Meeting & Exposition (Seattle, 2003) 111-16.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl