NGV-Geonieuws 61 artikel 412

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2004, jaargang 6 nr. 2 artikel 412

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 61! Op de huidige pagina is alleen artikel 412 te lezen.

<< Vorig artikel: 411 | Volgend artikel: 413 >>

412 De gevolgen van meteorietinslagen in zee
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De inslag van grote hemellichamen (meteorieten en kometen) hebben tal van gevolgen, niet alleen voor het leven op aarde maar ook voor de sedimentatie. Dat komt vooral tot uiting in de specifieke mariene sedimenten die ontstaan door de inslag van een bolide in zee. Dat in zee bijzondere sedimenten ontstaan na een inslag is een gevolg van het feit dat de bodem daar vrijwel altijd bedekt is met een dik pakket van (uiteraard waterverzadigde) onverharde sedimenten, terwijl op het land bij een inslag gewoonlijk harde rots (vaak stollings- of metamorf gesteente) wordt geraakt. Die verschillen in getroffen materiaal zorgen voor verschillende vormen van de veroorzaakte inslagkraters, en die verschillende kratervormen bepalen mede op welke wijze ze weer (deels) worden afgebroken. Bij die afbraak spelen op land en in zee bovendien verschillende processen een rol. Er zijn dus verschillende soorten beschikbaar materiaal, verschillende erosie-, transport en sedimentatiemechanismen, en verschillende topografieŽn.


DETAIL VAN DE TURBIDIET DIE ONTSTOND BIJ DE INSLAG VAN EEN BOLIDE OP DE KRIJT/TERTIAIR-GRENS

Analyse van inslagkraters die in het geologische verleden in zee werden gevormd, geeft aan dat de sedimentaire gevolgen het grootst waren wanneer het ging om een ondiepe zee. De inslagkraters die in dergelijke zeeŽn werden gevormd, waren soms zeer groot, met diameters tot enkele tientallen kilometers. Ze vertonen lage kraterwanden of zelfs geen, waarschijnlijk door de eroderende werking van zeewater dat de krater instroomde toen het water daar door de bij de inslag vrijkomende warmte verdampte. Een ander verschijnsel dat vaak met de inslagen was gerelateerd, betreft het optreden van tsoenamiís (vloedgolven).

Wat precies de karakteristieken van de vloedgolven ten gevolge van grote inslagen waren, en wat voor consequenties ze hadden, kan niet direct uit de geologische context worden afgelezen. Er zijn echter wel berekeningen uit te voeren. Voor de inslag bij Montagnais (voor de kust van Canada) is berekend dat de golf nabij de plaats van inslag 200 m hoog geweest moet zijn; op 500 km afstand was de golf nog 50 m hoog en was zín snelheid ca. 5,5 m per seconde; op 1000 km afstand was de snelheid afgenomen tot 0,5 m/s.

Een bijzonder verschijnsel dat bij inslagen in zee ook vaak optrad waren afglijdingen van enorme massaís modder vanaf de randen van de krater. De omlaag glijdende massaís namen steeds meer water op, en veranderden zo in een zogeheten troebelingsstroom (een watermassa die vanwege zijn hoge gehalte aan opgenomen deeltjes een hoog soortelijk gewicht heeft en daarom van een helling afstroomt). Wanneer een dergelijke troebelingsstroom zijn snelheid verloor (bijv. doordat hij op de min of meer horizontale zeebodem terechtkwam) dan kwam ook het meegevoerde materiaal geleidelijk tot rust. De afzetting van zoín troebelingsstroom wordt 'turbidiet' genoemd.

De turbidieten die ontstonden ten gevolge van de inslag van een hemellichaam, verschillen van andere turbidieten doordat ze stukjes buitenaards materiaal bevatten, en vaak ook een relatief hoge concentratie iridium. Dergelijke turbidieten kunnen een enorme omvang hebben. Zo is bij Miracielo (Cuba) een turbidiet ontsloten die een gevolg was van de inslag op de Krijt/Tertiair-grens. Deze turbidiet, die ook extraterrestrisch materiaal bevat, is enkele honderden meters dik, en honderden kilometers lang; hij vult een geul op die door de troebelingsstroom werd uitgeschuurd en die zoín 10 km breed is.

Referenties:
  • Dypvik, H. & Jansa, L.F., 2003. Sedimentary signatures and processes during marine bolide impacts: a review. Sedimentary Geology 161, p. 309-337.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Henning Dypvik, Department of Geology, University of Oslo, Oslo (Noorwegen).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl