NGV-Geonieuws 62 artikel 416

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Februari 2004, jaargang 6 nr. 3 artikel 416

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 62! Op de huidige pagina is alleen artikel 416 te lezen.

<< Vorig artikel: 415 | Volgend artikel: 417 >>

416 Zeer oude fossielen lijken 'na te maken'
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De speurtocht naar de oorsprong van het leven op aarde wordt steeds moeilijker. Deels komt dat omdat er minder fossielen over zijn uit de beginperiode van de aarde: ze zijn in de loop der tijd door erosie in onherkenbare korreltjes opgesplitst, ze zijn door metamorfose onherkenbaar veranderd, ze zijn diep in de aardkorst begraven onder jongere lagen, of ze zijn zelfs via subductie - waar een aardschol onder een andere wegduikt - in de aardmantel opgenomen en waarschijnlijk opgesmolten. Voor een ander deel wordt de speurtocht naar het oudste leven bemoeilijkt doordat uiterst primitieve organismen moeilijk als zodanig zijn te herkennen. Dat is ook een van de redenen waarom er regelmatig discussies losbarsten over het al dan niet biologische karakter van structuren die op meteorieten worden aangetroffen.

Nu blijkt er nog een heel nieuw probleem op te doemen. De oudst bekende fossielen (uit 3,5 miljard jaar oude gesteenten in AustraliŽ) vormen een soort korte, knobbelige 'wormpjes' van hooguit enkele micrometers lang. Al eerder is de biologische oorsprong van deze structuren ter discussie gesteld, maar nu blijkt dat structuren met een sterk overeenkomstige vorm ook in het laboratorium kunnen worden gemaakt. Dat betekent natuurlijk niet per definitie dat de 3,5 miljard jaar oude structuren geen biologische oorsprong hadden, maar het toont wel aan dat er ook een andere ontstaanswijze kan zijn. De implicatie is dat er met veel meer reserves dan voorheen gekeken zal moeten worden naar zeer oude (en misschien ook wel recente) structuren die tot nu toe als indicatief voor levende organismen werden beschouwd.

Het bijzondere aan de in het laboratorium verkregen 'fossielen' is dat het recept betrekkelijk eenvoudig is: neem wat siliciumoxide, carbonaat en barium; gooi dat in een basische vloeistof; voeg wat eenvoudige organische verbindingen toe; goed mengen bij kamertemperatuur. Bij de juiste verhouding van de diverse ingrediŽnten ontstaan dan laagjes met draadachtige structuren van bariumcarbonaat met een huidje van silica. Deze draadachtige structuren lijken zoveel op de oude Australische fossielen dat ze er gemakkelijk voor kunnen doorgaan. Het 'namaken' gaat dus gemakkelijk, en bovendien zijn de omstandigheden waaronder deze structuren ontstaan volgens de onderzoekers goed vergelijkbaar met die waaronder de oude gesteenten ontstonden.

Toen de onderzoekers hun 'draadjes' in een brouwsel van formaldehyde en fenol gooiden, en daarna het mengsel verhitten, vormde zich een huidje van complexe organische verbindingen rond de draadjes, precies zoals ook wordt aangetroffen bij de fossiele structuren. Volgens de onderzoekers moet daarom eens goed worden nagedacht of er bij de jacht op oud aards leven (en extraterrestrisch leven) geen nieuwe criteria voor 'sporen van leven' moeten worden aangelegd: 'vorm en de aanwezigheid van organisch materiaal zijn duidelijk niet genoeg'. Zelfs de onderzoekers die eerder de oude Australische fossielen voor het eerst beschreven, geven toe dat de gelijkenis frappant is.

Referenties:
  • Garcia-Ruiz, J.M., Hyde, S.T., Carnerup, A.M., Christy, A.G., Van Kranendonk, M.J. & Welham, N.J., 2003. Self-assembled silica-carbonate structures and detection of ancient microfossils. Science 302, p. 1194-1197.
  • Kerr, R.A., 2003. Minerals cooked up in the laboratory call ancient microfossils into question. Science 302, p. 1134.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl