NGV-Geonieuws 63 artikel 420

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Februari 2004, jaargang 6 nr. 4 artikel 420

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 63! Op de huidige pagina is alleen artikel 420 te lezen.

<< Vorig artikel: 419 | Volgend artikel: 421 >>

420 Raadselachtig fossiel blijkt larve van longvis
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Paleontologen hebben zich meer dan een eeuw afgevraagd om wat voor fossiel het kon gaan, maar eindelijk is het probleem opgelost: het fossiel Palaeospondylus gunni blijkt de larve van een longvis te zijn. Van alle gewervelde dieren heeft dit zo lang raadselachtige fossiel daarmee gelijk de status verworven van de oudst bekende larve.


PALAEOSPONDYLUS

Het in 1890 ontdekte fossiel was om diverse redenen raadselachtig. En daarvan was zijn anatomie, die zo verwarrend was dat de onderzoekers die zich er een eeuw geleden mee bezig hielden, tal van nieuwe namen moesten gebruiken om de diverse structuren te beschrijven. Een ander merkwaardig feit was dat het fossiel werd gevonden in gesteenten van zon 385 miljoen jaar oud (Midden-Devoon) in de Achanarras groeve in Caithness (Schotland), maar dat het nooit ergens anders is aangetroffen. Toch ging het niet om een unieke vondst, want het wemelt van deze fossielen in deze ene groeve.

De diverse exemplaren van het fossiel variren in grootte van een halve tot zes centimeter. Ze komen voor in sedimenten die op de bodem van een meer moeten zijn gevormd. In dezelfde afzettingen werden ook andere fossielen aangetroffen, waaronder dertien geslachten van vissen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat sommige van de vroegere onderzoekers het fossiel indeelden bij de Agnatha (kaakloze vissen zoals de zeeprik), de Placoderma (een uitgestorven klassse van vissen), de Chimaera (vissen met tandplaten, zoals de rog), haai- of haringachtigen. Anderen meenden echter dat het ging om een soort kikkervisje of een andere amfibische vorm. De juiste inpassing in het dierenrijk wordt bemoeilijkt doordat de beenderen weliswaar in het algemeen goed bewaard gebleven zijn, maar de veel zeldzamer bewaard gebleven zachte weefsels zijn verkoold; daardoor is bijna geen enkel detail te herkennen.

Keith Thomson, Mark Sutton en Bethia Thomas (allen van het Oxford University Museum of Natural History) hebben nu met nieuwe methoden, waarbij fossielen in alle richtingen in dunne secties werden gesneden, en waarbij de daarin (met behulp van een aftastende straal) gevonden vormen werden gebruikt als basismateriaal voor reconstructie van de 3-dimensionale vormen van de diverse structuren, een hoop eerder onduidelijk gebleven informatie benut voor de interpretatie. Die steunt mede op vergelijkend onderzoek bij tal van recente organismen. Uit dit onderzoek is gebleken dat het moet gaan om de larve van een longvis; veel van deze larven werden gekenmerkt door een grote zwemblaas, maar het meest opmerkelijke detail dat zo gevonden werd was dat vooraan de kop een uitstekend gedeelte zat, dat mogelijk diende om zich vast te zuigen. Dergelijke organen zijn weliswaar niet bekend van recente longvissen, maar de geslachten Lepidosiren en Protopterus hebben een soort schijf om zich vast te hechten. Interessant is dat, toen eenmaal duidelijk geworden was dat het om een larve gaat, tal van eerder moeilijk benoembare structuren plotseling wel herkend werden.

Er is uit de Achanarras groeve n soort longvis bekend: Dipterus valenciennesi. Het is tevens de meest voorkomende soort vis. De onderzoekers menen dat het, ondanks gebrek aan duidelijke aanwijzingen, voor de hand ligt dat Palaeospondylus gunni de larve van deze longvis is. De larven zouden een ingrijpende metamorfose hebben ondergaan bij hun overgang van het ondiepe milieu waarin ze opgroeiden naar de diepere delen van het meer waar de volwassen longvis moet hebben geleefd.

Referenties:
  • Thomson, K.S., Sutton, M. & Thomas, B., 2003. A larval Devonian lungfish. Nature 426, p. 833-834.

N.B.: een iets afwijkende vorm van dit bericht werd onder de titel 'Enigmatisch fossiel blijkt na een eeuw een larve van een longvis' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap en Onderwijs' van NRC Handelsblad (10 januari 2004).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl