NGV-Geonieuws 63 artikel 421

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Februari 2004, jaargang 6 nr. 4 artikel 421

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 63! Op de huidige pagina is alleen artikel 421 te lezen.

<< Vorig artikel: 420 | Volgend artikel: 422 >>

421 Fossiele embryo’s uit het Cambrium
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In de Chinese provincie Hunan zijn fossielen aangetroffen in gesteenten uit het Midden- en Laat-Cambrium van zo’n 500 miljoen jaar oud die herkend zijn als embryo’s van een nieuwe soort. De eerste fossiele embryo’s werden tien jaar geleden ontdekt, en hun interpretatie werd aanvankelijk met scepsis - zo niet hoongelach - door de biologische gemeenschap ontvangen. Die scepsis is inmiddels vervangen door een grote belangstelling, want niet alleen is iedereen er inmiddels van overtuigd dat het werkelijk om embryo’s gaat, maar ook realiseren biologen en paleontologen zich dat deze embryo’s waardevolle inzichten in de ontwikkeling van het vroege leven op aarde kunnen geven.

Er is overigens wel iets vreemds met deze embryo’s aan de hand: ze dateren allemaal van zo’n 600-500 miljoen jaar geleden, precies de tijd waarin voor het eerst duidelijk gecompliceerde (zij het uiteraard nog primitieve) levensvormen op aarde ontstonden. Men neemt nu aan dat er destijds bijzondere geochemische omstandigheden moeten hebben geheerst; die zouden niet alleen hebben bijgedragen aan de plotselinge, explosieve ontwikkeling van het leven (waarbij voor het eerst ook levensvormen ontstonden met goed fossiliseerbare onderdelen zoals een inwendig of uitwendig skelet), maar ook aan omstandigheden waaronder fossilisatie gemakkelijk plaatsvond.

Hoe dat ook zij, de nu gevonden embryo’s bestaan volledig uit zacht weefsel. De fossilisatieprocessen hebben soms alleen vaag herkenbare vormen overgelaten, maar in andere gevallen zijn ragfijne details - soms zelfs kleiner dan 0,0003 mm - herkenbaar. Bovendien vertegenwoordigen de aangetroffen embryo’s (die 370-411 micrometer groot zijn, met één kleiner exemplaar van 236 micrometer) verschillende ontwikkelingsstadia, waardoor ook hun ontwikkeling (die ook de evolutionaire ontwikkeling weerspiegelt) na te gaan is. Het kleinste exemplaar moet (zoals kan worden afgeleid uit zijn grootte en de gemiddelde grootte van de afzonderlijke cellen) bestaan uit ongeveer 485 cellen. Uit de ontwikkelingsstadia kan worden opgemaakt dat de embryo’s afkomstig zijn van wormachtige dieren die verwant zijn met de Scalidophora, waartoe tegenwoordig nog drie groepen behoren.

De embryo’s hebben de wetenschappelijke naam Markuelia hunanensis gekregen. Het is niet bekend welk (al dan niet fossiel) bekend volwassen dier ze vertegenwoordigen. Het moet, gezien de afmetingen van de embryo’s, gaan om dieren van enkele centimeters lang. Waarschijnlijk was hun vorm niet sterk verschillend van die van de embryo’s, want - merkwaardig genoeg - het gaat om organismen die geen metamorfose ondergingen (zoals rupsen die in vlinders veranderen). Dat lijkt met alle vergelijkbare organismen uit dezelfde tijd het geval te zijn geweest: ze vormden geen larven die als een soort plankton in zee rondzwierven.

Referenties:
  • Budd, G.E., 2004. Lost children of the Cambrium. Nature 427, p. 205-107.
  • Dong, X.-p., Donoghue, Ph.C.J., Cheng, H, & Liu, J.-b., 2004. Fossil embryos from the Middle and Late Cambrian period of Hunan, south China. Nature 427, p. 237-140.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl