NGV-Geonieuws 63 artikel 422

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Februari 2004, jaargang 6 nr. 4 artikel 422

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 63! Op de huidige pagina is alleen artikel 422 te lezen.

<< Vorig artikel: 421 | Volgend artikel: 423 >>

422 Grote afglijdingen van continentale helling mogelijk indirect oorzaak van hogere temperaturen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De analyses van kernen uit de Pleistocene ijskappen op Antarctica en Groenland lijken er steeds meer op te wijzen dat temperatuurstijgingen veel meer samenhangen met een toenemende concentratie van methaan (CH4) in de atmosfeer dan met een toename van het gehalte aan koolzuurgas (CO2). Een toename van het methaangehalte in de atmosfeer kan worden veroorzaakt door een uitbreiding van de oppervlakte van zogeheten 'wetlands' (de moerassige gebieden met ondiep water en onregelmatige drogere stukken land), maar steeds meer aanwijzingen geven aan dat het vrijkomen van gashydraten (een soort ijsachtige verbindingen van methaan en watermoleculen) uit permafrostgebieden of - vooral - de zeebodem een belangrijker rol heeft gespeeld.


GASHYDRATEN ZIJN LICHT ONTVLAMBAAR

Een vraag die hierbij steeds terugkeert is welk mechanisme ervoor verantwoordelijk zou kunnen zijn dat binnen korte tijd een zo grote hoeveelheid gashydraten worden omgezet in methaangas en water dat het methaangas een snelle wereldwijde temperatuurstijging kan veroorzaken. Het moet immers gaan om zeer grootschalige processen. Een proces dat daarvoor in aanmerking lijkt te komen is de afglijding van grote massa’s sediment langs de continentale helling. Er zijn gevallen bekend waarbij meer dan 5000 miljard ton sediment (als vast gesteente een volume van zo’n 1000 km3!) afgleed. Dat gaat uiteraard met zoveel geweld gepaard, en de massa passeert (en bedekt later) zo’n grote oppervlakte van de zeebodem dat daarbij inderdaad gigantische hoeveelheden gashydraten kunnen worden vrijgemaakt. Maar gebeurt dat ook werkelijk?

Vier Britse onderzoekers zijn dat nagegaan door literatuurgegevens over grote onderzeese afglijdingen langs de continentale helling te verzamelen, en te onderzoeken of perioden met veel van dergelijke mega-afglijdingen samenvielen met perioden van temperatuurstijgingen. Daarbij moesten ze zich, voornamelijk vanwege de dateringproblematiek, beperken tot de laatste 45.000 jaar.

Het blijkt dat 11 van de 27 afglijdingen, met gezamenlijk echter bijna driekwart van het totale volume dat in deze periode bij grote afglijdingen was betrokken, plaatsvonden in twee perioden, en wel tussen 15.000 en 13.000 jaar geleden, en tussen 11.000 en 8.000 jaar geleden. Dat zijn precies de perioden (Bølling/Allerød en Preboreaal) waarin de zeespiegel steeg en de atmosferische concentratie van methaangas sterk toenam. Een oorzakelijk verband is dus heel waarschijnlijk.

Ook blijkt dat grote afglijdingen tijdens de ijstijden vooral op lage geografische breedte plaatsvonden, en gerelateerd lijken aan een dalende zeespiegel. Daaruit zou kunnen worden geconcludeerd dat een afnemende hydrostatische druk en de daarmee mogelijk gepaard gaande vrijzetting van gashydraten verantwoordelijk zijn voor het optreden van 'ijstijdafglijdingen'. Ook de Bølling/Allerød afglijdingen vonden vooral op lage breedte plaats, wat een vroege reactie suggereert van tropische gebieden op deglaciatie (die daar merkbaar is in de vorm van toenemende regenval en meer transport van sediment naar zee). Daarentegen kwamen de meeste afglijdingen gedurende het Preboreaal en het latere Holoceen vooral op geografisch hogere breedten voor, wat mogelijk samenhangt met de isostatische opheffing (al dan niet gepaard gaande met aardbevingen) van eerder met ijs bedekte gebieden.

Referenties:
  • Maslin, M., Owen, M., Day, S. & Long, D., 2004. Linking continental-slope failure and climate change: testing the clathrate gun hypothesis. geology 32, p. 53-56.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl