NGV-Geonieuws 64 artikel 429

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 2004, jaargang 6 nr. 5 artikel 429

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 64! Op de huidige pagina is alleen artikel 429 te lezen.

<< Vorig artikel: 428 | Volgend artikel: 430 >>

429 Waarom gloedwolken tsoenami’s veroorzaken
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Gloedwolken zijn hete, gasrijke massa’s fijne deeltjes die door een vulkaan bij een explosieve eruptie kunnen worden uitgestoten en die, onder invloed van de zwaartekracht, langs de vulkaanhelling omlaag suizen. Dat kan rampzalige gevolgen hebben: in 1902 werd op Martinique de hoofdstad St. Pierre na een uitbarsting van de Montagne Pelée door zo’n gloedwolk in enkele seconden weggevaagd, met al zijn bewoners. Maar gloedwolken kunnen ook indirect rampzalige gevolgen hebben, namelijk wanneer ze de zee bereiken. Er ontstaat dan namelijk in veel gevallen een vloedgolf (tsoenami), die vele meters hoog kan worden waar hij ondiepe kustzones bereikt, en die dan tot kilometers landinwaarts alles kan verwoesten.


DE GLOEDWOLK VAN MONTAGNE PELÉE (1902)

Dat het binnenstromen van een hete gloedwolk in zee gepaard gaat met heftige verschijnselen, is niet zo verwonderlijk, maar waarom er vloedgolven bij kunnen ontstaan is nooit helemaal duidelijk geweest, al zijn daarover wel diverse hypotheses naar voren gebracht. De vijf meest aannemelijke daarvan zijn nu onderzocht. Dat betreft een stoomexplosie, plotselinge verplaatsing van een groot volume water door het onderste (aandeeltjesrijke) deel van de gloedwolk, druk die door het gasrijke bovenste deel van de gloedwolk op het water wordt uitgeoefend, de schuifspanning die door het gasrijke deel van de gloedwolk op het wateroppervlak wordt uitgeoefend, en de impuls die de gloedwolk in zijn totaliteit op het water overbrengt.

De twee onderzoekers (van resp. een Amerikaans ingenieursbedrijf en de Amerikaanse Geologische Dienst) hebben voor hun onderzoek eerst onderscheid gemaakt tussen het gasrijke bovenste deel (de 'pluim') en het deeltjesrijke onderste deel (de 'deeltjesstroom') van de gloedwolk. Van elk hebben ze het gedrag geanalyseerd, de beweging, en de vorm van energieoverdracht op het zeewater. Die analyses hebben ze vergeleken met wat er bekend was over de karakteristieken van tsoenami’s, zoals hun golfhoogte en hun golflengte. Die vergelijking toonde aan dat het de deeltjesstroom moet zijn die in hoofdzaak verantwoordelijk is voor het ontstaan van een vloedgolf. Deze stroom levert ook de meest energierijke en coherente watergolf op. Bovendien komt de voortplantingssnelheid van de opgewekte vloedgolf in praktijk goed met de berekende snelheid overeen. De andere vier processen die als mogelijke verklaring voor het ontstaan van een tsoenami ware geopperd, voldoen in veel geringere mate. Zo dragen stoomexplosies voor minder dan 1% bij aan de opgewekte vloedgolf.

Referenties:
  • Watts, P. & Waythomas, C.F., 2003. Theoretical analysis of tsunami generation by pyroclastic flows. Journal of Geophysical Research - Solid Earth 108 (B12), doi 10.1029/2002JB002265, 21 pp.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl