NGV-Geonieuws 65 artikel 434

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Maart 2004, jaargang 6 nr. 6 artikel 434

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 65! Op de huidige pagina is alleen artikel 434 te lezen.

<< Vorig artikel: 433 | Volgend artikel: 435 >>

434 Steeds meer uitstoot van methaan door permafrostgebieden
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De diepte tot waar de permafrost (altijd bevroren bodem) iedere zomer ontdooit in de moerassige gebieden van Noord-Zweden wordt sinds 1970 ieder jaar groter. Op sommige plaatsen is de permafrost zelfs geheel verdwenen. Het gevolg hiervan is niet alleen een verandering van de vegetatie, maar ook een toename van de uitstoot van methaan (een gas dan 25 x sterker dan CO2 bijdraagt aan het broeikaseffect).

De veranderingen zijn vastgesteld door een internationaal team van onderzoekers, die gegevens van enkele tientallen jaren met elkaar hebben vergeleken. Dat is op weinig plaatsen in het hoge noorden, zodat het gaat om een uniek gegevensbestand. In hun onderzoeksgebied, in de omgeving van Abisko, zijn al zeer lang gegevens verzameld over het klimaat, de permafrost en andere milieuparameters.


HET ONDERZOCHTE MOERASGEBIED BIJ ABISKO



Bij het nieuwe onderzoek hebben de wetenschappers gebruik gemaakt van infrarood luchtopnames, waarmee de verspreiding van de vegetatie in 2000 kon worden vergeleken met die van 1070. De verschillen bleken dramatisch, wat door de onderzoekers geweten wordt aan de wereldwijde temperatuurstijging en de daarmee gepaard gaande inkrimping van het gebied met permafrost.

In het gebied bij Abisko is ook de uitwisseling van CO2 (koolzuurgas) en CH4 (methaangas) tussen land en atmosfeer al langdurig onderzocht. Koolzuurgas kan zowel door het moerassiger gebied aan de atmosfeer worden afgegeven, als er juist uit worden opgenomen. Maar dat geldt niet voor methaan: dat wordt vrijwel uitsluitend aan de atmosfeer afgestaan. Dat methaan is afkomstig van de afbraak van plantaardig materiaal onder vochtige bodemomstandigheden. Hoe minder (of korter) de bodem bevroren is, hoe vochtiger, en dus hoe meer methaan er vrijkomt. In een van de moerasgebieden, Stordalen, konden de onderzoekers inschatten hoe de toename van de methaanafgifte was verlopen; die blijkt tussen 1970 en 2000 met minimaal 20%, maar misschien wel met 60% te zijn toegenomen.

In het gebied bij Abisko is de gemiddelde jaartemperatuur over langere tijd gerekend -0,7 °C, maar hij is in de afgelopen jaren enkele malen boven het vriespunt geweest. Wanneer dat vaak blijft gebeuren, zal de permafrost geleidelijk steeds verder verdwijnen, en zal de afgifte van methaangas snel blijven toenemen. Dat kan grote gevolgen hebben: diverse massauitstervingen in het geologische verleden (onder meer op de grens Perm/Trias) worden wel toegeschreven aan het plotseling vrijkomen van grote hoeveelheid methaangas. Daarbij denkt men gewoonlijk aan methaan uit gashydraten in de zeebodem, maar permafrostgebieden bevatten ook veel gashydraten die bij temperatuurstijging zouden kunnen vrijkomen.

Referenties:
  • Christensen, T.R., Johansson, T., Åkerman, H.J., Mastepanov, M., Malmer, N., Friborg, Th., Crill, P. & Svensson, B.H., 2004. Thawing sub-arctic permafrost: effects on vegetation and methane emissions. Geophysical Research Letters 31, DOI 10.1029/2003GL018680, 4 pp.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Torben Christensen, Department of Physical Geography and Ecosystems Analysis, Lund University (Zweden).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl