NGV-Geonieuws 4 artikel 44

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Augustus 1999, jaargang 1 nr. 4 artikel 44

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 4! Op de huidige pagina is alleen artikel 44 te lezen.

<< Vorig artikel: 43 | Volgend artikel: 45 >>

44 Paleoklimaat niet altijd betrouwbaar via pollen te reconstrueren
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De variaties in het vroegere klimaat kennen we vooral door reconstructies van de voormalige vegetatie aan de hand van pollen die in het sediment bewaard zijn gebleven. Via onderzoek van die sedimenten, liefst laagje voor laagje (bijv. via een boorkern uit een meerbodem), krijgt men zo - via het pollenprofiel - inzicht in vroegere klimaatfluctuaties.

In juni 1998 blijkt in noordelijk Canada een proces te zijn opgetreden dat een verklaring voor de raadselachtige discrepanties kan bieden. Bewoners nabij Repulse Bay troffen op 6 juni gele 'vliezen' aan op tal van meertjes en plassen. Ze bleken te bestaan uit pollen van twee boomsoorten: 92% was van een den Pinus banksiana en 8% van een spar Picea glauca. Normaal komen er in dit Arctische gebied nauwelijks pollen van bosvegetatie terecht: gemiddeld minder dan 1 exemplaar van een soort per vierkante centimeter per jaar. Nu waren er echter honderden per vierkante centimeter gevallen binnen enkele uren.

Het blijkt dat op 1 juni een extreme depressie (850 mbar) in centraal Quebec voor hoge windsnelheden zorgden. De wind vervoerde de pollen hoog door de lucht (op ca. 1300 m hoogte) met een snelheid van zon 44 km/uur. Nabij Repulse Bay, 3000 km (!) verderop, nam de wind af tot minder dan 20 km/uur en vond 'uitregening' van de pollen plaats. De locale bevolking heeft nog nooit iets dergelijks meegemaakt; het gaat dus om een zeldzaam verschijnsel. De onderzoekers wijzen er echter op dat een laagje uit een boorkern die op pollen wordt onderzocht, al gauw een tijdsperiode van vele tientallen jaren vertegenwoordigt. Dat maakt de kans op het treffen van zon extreme pollenregel redelijk groot. Omdat de pollenregens per definitie een regionaal verschijnsel zijn, kan dat verklaren waarom diverse pollenprofielen sterk van elkaar afwijken. Voor reconstructies van het vroegere klimaat moet daarmee veel meer dan tot nu toe het geval is rekening worden gehouden: zelfs een hoge concentratie van 'warme' pollen maakt nog niet per definitie een (interglaciale) zomer.

Referenties:
  • Campbell, I.D., McDonald, K., Flannigan, M.D.& Kringayark, J., 1999. Long-distance transport of pollen into the Arctic. Nature 399, p. 29-30.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Extreme pollenregen kan klimatologisch beeld verstoren' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (15 mei 1999).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl