NGV-Geonieuws 68 artikel 445

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Mei 2004, jaargang 6 nr. 9 artikel 445

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 68! Op de huidige pagina is alleen artikel 445 te lezen.

<< Vorig artikel: 444 | Volgend artikel: 446 >>

445 K/T-grens niet alleen gekenmerkt door iridium maar ook door paddestoelen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Bij de inslag van een grote bolide, 65 miljoen jaar geleden, kwam uit het verdampende hemellichaam een grote hoeveelheid iridium vrij, dat - samen met veel ander stof - tijden door de atmosfeer circuleerde en tenslotte weer op aarde terugviel. Dat iridiumrijke laagje markeert de grens tussen Krijt en Tertiair (K/T-grens), die al eerder als een belangrijke geologische grens was aangemerkt op grond van de plotselinge verandering van fauna en flora. Zo wordt de flora uit het Laat-Krijt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan pollen, wat wijst op een sterk gevarieerde flora. Het Vroeg-Paleoceen (het begin van het Tertiair) wordt daarentegen gekenmerkt door een vegetatie die voornamelijk uit een gering aantal soorten varens bestond.


SPOREN EN MYCELIUM VAN PADDESTOELEN OP DE K/T-GRENS (MOODY CREEK MIJN, NIEUW-ZEELAND)

Tussen de gevarieerde Laat-Krijt flora en de weinig gedifferentieerde Vroeg-Paleocene varenflora in blijkt in een sectie in Nieuw-Zeeland echter een piek te bestaan in het voorkomen van een andere plantengroep: paddestoelen. Het niveau van die piek blijkt samen te vallen met de relatief hoge (ca. 4 ppb) concentratie van iridium, en vertegenwoordigt dus de K/T-grens. Dit grensniveau bevindt zich in een 10 cm dikke koollaag, in een pakket waarin meer (op het land gevormde) koollagen voorkomen. Tussen deze koollagen bevinden zich mudstones (tot steen verharde sedimenten van zandige klei). Zowel in de kool als in de mudstones komen dunne (3-5 mm) bandjes voor; de onderzoekers onderzochten die bandjes in een traject van 20 cm, van onder de K/T-grens tot daarboven. Daarbij analyseerden ze de hoeveelheden chemische elementen, en bekeken ze ook de restanten van de vroegere flora.

De onderste 8 cm van de kool op de K/T-grens bevat pollen en sporen uit het Laat-Krijt; er kunnen ongeveer 80 groepen coniferen, varens en bloeiende planten worden onderscheiden die kenmerkend zijn voor bossen met een gematigd klimaat. Het hierop volgende niveau van ca. 4 mm dik bevat alleen de sporen (en wat andere fragmenten) van paddestoelen. Daarboven worden alleen soortarme floraís aangetroffen die gedomineerd worden door varens. Het gaat hierbij niet om een toevallige samenloop van omstandigheden, want in een andere sectie vonden de onderzoekers precies hetzelfde beeld.

Het 'paddestoelniveau' wijst op een vrijwel geheel wegvallen van op fotosynthese gebaseerde vegetatie. De aangetroffen soorten paddestoelen wijzen volgens de onderzoekers op een dramatische toename van geschikte voedingsbodems voor organismen (zoals paddestoelen en andere schimmels) die niet van fotosynthese afhankelijk zijn. Die plotseling zo rijk voorhanden zijnde voedingsbodems moeten uiteraard hebben bestaan uit het afgestorven vegetatiedek; dat volledige afsterven moet worden toegeschreven aan de hogere luchtvochtigheid en de afgenomen hoeveelheid ontvangen zonnestraling die het gevolg was van de grote hoeveelheden zwavelhoudende aerosolen en stof in de atmosfeer na de inslag.

De grote opbloei van paddestoelen heeft waarschijnlijk slechts enkele jaren geduurd. Dat blijkt uit het feit dat de varens alweer tot bloei kwamen terwijl er nog steeds veel iridium dat verspreid was in de atmosfeer op aarde terechtkwam. De onderzoekers wijzen erop dat op de grens tussen Perm en Trias, waar een nog grotere massauitsterving optrad, ook een plotselinge piek in paddestoelen of algen lijkt te zijn opgetreden. Dat optreden lijkt dus een 'normale' reactie van het leven op aarde nadat het bestaande ecosysteem volledig is ontwricht en in elkaar gestort.

Referenties:
  • Vajda, V. & McLloughlin, S., 2004. Fungal proliferation at the Cretaceous-Tertiary boundary. Science 303, p. 1489.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Vivi Vajda, GeoBiosphere Science Centre, Lund University, Lund (Zweden).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl