NGV-Geonieuws 68 artikel 448

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Mei 2004, jaargang 6 nr. 9 artikel 448

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 68! Op de huidige pagina is alleen artikel 448 te lezen.

<< Vorig artikel: 447 | Volgend artikel: 449 >>

448 Veel en snelle zeespiegelfluctuaties door polaire ijskappen in warm Laat-Krijt
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Dateringen ! Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Amerikaanse onderzoekers hebben de zeespiegelfluctuaties voor het Laat-Krijt gereconstrueerd voor het gebied langs de kust van New Jersey (Verenigde Staten). Ze deden dat op basis van boorkernen die in het kader van het Ocean Drilling Program (ODP) werden opgehaald. In de boorkernen dateerden ze de afzonderlijke laagjes van 11-14 opeenvolgingen door isotopen-analyses van strontium te integreren met biostratigrafische gegevens. Met deze methoden konden verschillen in ouderdom van ongeveer 500.000 jaar worden behaald.


DE KUSTVLAKTE VAN NEW JERSEY

Vervolgens bepaalden de onderzoekers de veranderingen van het milieu waarin de opeenvolgende laagjes werden afgezet op basis van veranderingen in de lithologie en de aanwezige fossielen. Daarbij bleek dat er in grote lijnen sprake was van een afnemende diepte. Dat was echter geen regelmatig proces: gedurende het Laat-Krijt (waarin de temperatuur zo hoog was dat van een broeikasomgeving kan woorden gesproken) fluctueerde de zeespiegel vaak meer dan 25 m. Opvallend daarbij is dat dat ook vaak (geologisch gezien) heel snel gebeurde: in minder dan een miljoen jaar.

Bij zeespiegelfluctuaties zoals die worden vastgesteld op een bepaalde plaats op basis van veranderende waterdiepte, spelen regionale factoren altijd een rol. Het kan daarbij gaan om bijv. een dalend bekken, om inzakking onder het gewicht van aangevoerd sediment, of om compactie. In het geval van New Jersey bleken de fluctuaties echter in hoge mate overeen te stemmen met gegevens die eerder waren vastgesteld in onder meer noordwest Europa en op het Russische platform. Dat wijst dus op wereldwijde zeespiegelfluctuaties. Dat is des te waarschijnlijker omdat er bij New Jersey geen aanwijzingen zijn dat het gebied destijds door tektonische processen werd beÔnvloed.

Een van de weinige processen die wereldwijd tot zeespiegelfluctuaties aanleiding kunnen geven zijn de vorming en afsmelting van grote landijskappen. De onderzoekers menen dat ook in het warme Laat-Krijt ijskappen voor de zeespiegelfluctuaties verantwoordelijk moeten worden gehouden, omdat dat overeenkomt met afwijkende verhoudingen tussen de zuurstofisotopen O-16 en O-18 in de schaaltjes van foraminiferen. Omdat grote ijskappen in het warme Laat-Krijt op het eerste gezicht onwaarschijnlijk zijn, hebben de onderzoekers de fameuze curve van Milankovitch voor het Laat-Krijt geanalyseerd, en de daaruit voortkomende klimaatgegevens ingebracht in bestaande modellen voor landijskappen. Daarbij bleek dat er op Antarctica betrekkelijk kleine (5-10 miljoen kubieke kilometer) en discontinue ijskappen kunnen zijn gevormd, waarvan het optreden samenvalt met de uit de boringen gereconstrueerde zeespiegeldalingen.

Referenties:
  • Miller, K.G., Sugarman, P.J., Browning, J.V., Kominz, M.A., Olsson, R.K., Feigenson, M.D. & HernŠndez, J.C., 2004. Upper Cretaceous sequences and sea-level history, New Jersey coastal plain. Geological Society of America Bulletin, 116, p. 368-393.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl