NGV-Geonieuws 69 artikel 452

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Mei 2004, jaargang 6 nr. 10 artikel 452

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 69! Op de huidige pagina is alleen artikel 452 te lezen.

<< Vorig artikel: 451 | Volgend artikel: 453 >>

452 Bioproductiviteit steeg in Baltische Zee gedurende Siluur door opwellend water
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In wat nu het oostelijk deel is van de Oostzee bevond zich ook in het Siluur een zee. In die zee werden sedimenten afgezet die in het algemeen zelden samen voorkomen. Het gaat om zwarte schalies die op het diepe deel van het continentaal plat (nabij de continentale helling) werden afgezet, kalkstenen (met vuursteen) die meer naar de kust ontstonden, en barietvoorkomens. Deze afzettingen gaan lateraal in elkaar over.


EEN DEEL VAN DE ONDERZOCHTE BOORKERN

Zowel voor het voorkomen van vuursteen in de kalken als voor de zwarte schalies zijn in de loop der tijd uiteenlopende verklaringen gegeven, maar deze voldeden geen van alle goed. Dat kwam mede omdat de verschillen in waterdiepte voor de diverse pakketten werden verklaard door zeespiegelfluctuaties, die niet langer blijken overeen te komen met nieuwe gegevens. Ook tektonische verklaringen voor verschillende dieptes in het zeebekken bleken niet te voldoen.

Een opvallend verschijnsel dat onderzoekers uit Estland nu hebben gevonden is dat er op diverse niveaus een plotselinge verandering optreedt in de verhouding tussen de koolstofisotopen C-12 en C-13. De verhouding daarvan wordt vooral bepaald door minder of meer organische activiteit. De zwarte schalies zijn rijk aan organische koolstof, wat wijst op een toename van de bioproductiviteit. Die bioproductiviteit was echter niet continu zo hoog, maar varieerde aanzienlijk. Pieken in de productiviteit zoals die kunnen worden afgeleid uit het gehalte aan organische koolstof in de zwarte schalies, blijken in tijd samen te vallen met niveaus in de (ondiepere) kalkstenen waarin - volgens de koolstofisotopen - ook een hoge bioproductiviteit optrad. Uit de configuratie en de aard van het organische materiaal kan worden afgeleid dat er eerst in de oppervlaktewateren een vergrote bioproductiviteit optrad; dat leidde - door het bezinken van afgestorven organismen - ook op de diepere zeebodem tot omstandigheden die daar meer leven mogelijk maakten.

Ook de vuursteen in de micritische kalksteenpakketten ('versteende kalkmodder') wijst op een hoge bioproductiviteit. Die bioproductiviteit kan geen gevolg zijn van de verhoogde aanvoer van voedingsstoffen door rivieren, want dan zou de vuursteen niet in kalken maar in zandsteen zijn gevormd. De enige andere verklaring voor de aanvoer van voedingsstoffen die een plotseling sterkere bioproductiviteit mogelijk maken, is het uit de diepte opwellen van voedselrijk water, zoals dat ook nu regelmatig plaatsvindt (waarbij onder meer planktonbloei kan optreden). Opwelling van voedselrijk dieptewater is des te waarschijnlijker omdat het betrokken gebied destijds op lage breedte (op het zuidelijk halfrond) lag, of zelfs vlakbij de evenaar. Equatoriale passaatwinden bevorderen het opwellen van dieptewater.

Referenties:
  • Kiipli, E., Kiipli, T. & Kallaster, T., 2004. Bioproductivity rise in the East Baltic epicontinental sea in the Aeronian (Early Silurian). Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 205, p. 255-172.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Enli Klipli, Institute of Geology, Tallinn Technical Universty, Tallinn (Estland).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl