NGV-Geonieuws 69 artikel 454

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Mei 2004, jaargang 6 nr. 10 artikel 454

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 69! Op de huidige pagina is alleen artikel 454 te lezen.

<< Vorig artikel: 453 | Volgend artikel: 455 >>

454 De Amerikaanse stofstormen uit de dertiger jaren
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In de dertiger jaren van de vorige eeuw werden grote delen van de Verenigde Staten langdurig en vaak geteisterd door hevige stofstormen (dust bowls). Dat had te maken met een periode van langdurige droogte en hoge temperaturen. De stofstormen waren vaak zo hevig dat hele dorpen aan het oog werden onttrokken. De schade was vaak enorm; zo zouden de houten telefoonpalen die nog steeds overal op het Amerikaanse platteland langs de wegen staan, zo sterk door het zand worden geabradeerd, dat ze zouden omvallen. Daarom werden ze tegen de abrasie beschermd door een metalen omhulling aan hun onderzijde aan te brengen.


STOFSTORM IN KANSAS (1935) FOTO NOAA PHOTO LIBRARY

Waarom er in de dertiger jaren zulke uitzonderlijke omstandigheden heersten, was niet echt duidelijk. Daarbij speelt een rol dat de periode relatief kort duurde, waardoor het moeilijk is om statistisch relevante meteorologische gegevens te analyseren; bovendien werden er in de eerste helft van de vorige eeuw nauwelijks gegevens verzameld in de hogere luchtlagen.


RECENTE STOFSTORM IN DE AMERIKAANSE STAAT ARIZONA

Nu zijn de gebeurtenissen in een duidelijke context geplaatst door toepassing van een luchtcirculatiemodel. Dat model bewees zijn betrouwbaarheid door ook over een langere periode de vroegere omstandigheden betrekkelijk nauwkeurig te berekenen. Uit het model kwam naar voren dat de meest fundamentele oorzaak voor de klimatologische omstandigheden die tot de stofstormen leidde bestond uit een ongewone verdeling van de temperatuur van het oppervlaktewater in de twee oceanen aan weerszijden van de Verenigde Staten. Dat water was abnormaal warm in de Atlantische Oceaan en abnormaal koud in de Stille Oceaan. Daardoor ontstond een luchtcirculatiepatroon waardoor weinig neerslag op de 'Great Plains' viel en waardoor de luchttemperatuur hoog bleef: ideale omstandigheden voor het ontstaan van stofstormen.

Van een volstrekt uitzonderlijke situatie was overigens geen sprake: andere gegevens (onder meer uit de groeiringen van bomen) geven aan dat in de afgelopen vier eeuwen een vergelijkbare situatie zich eens tot tweemaal per eeuw voordeed. Dat zou kunnen betekenen dat ook in de nabije toekomst weer zon situatie zou kunnen optreden. De onderzoekers houden daaromtrent echter een slag om de arm: klimaatmodellen zijn nog steeds niet nauwkeurig genoeg om te voorspellen hoe het klimaat er op een bepaalde plaats over enkele jaren zal uitzien.

Referenties:
  • Schubert, S.D., Suarez, M.J., Pegion, Ph.J., Koster, R.D. & Bacmeister, J.T., 2004. On the cause of the 1930s dust bowl. Science 303, p. 1955-1859.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl