NGV-Geonieuws 70 artikel 457

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2004, jaargang 6 nr. 11 artikel 457

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 70! Op de huidige pagina is alleen artikel 457 te lezen.

<< Vorig artikel: 456 | Volgend artikel: 458 >>

457 Vreemde positie van diepste punt op aarde verklaard
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het diepste punt van de vaste aarde ligt, niet zo verbazingwekkend, in een diepzeetrog: de Marianentrog. Merkwaardig genoeg ligt het diepste punt van deze trog echter niet min of meer in het midden van deze trog, maar in het meest zuidelijke uiteinde. Dit 10.920 m diepste punt (Challenger Deep, genoemd naar de Britse onderzoeksduikboot Challenger II die in 1951 de Marianentrog onderzocht) ligt in de buurt van het eiland Guam, en ligt betrekkelijk dicht bij het hoogste punt op aarde, de Mount Everest (8848 m). Zowel het hoogste als het laagste punt op aarde hebben hun ontstaan te danken aan de schollentektoniek: de Mount Everest doordat de Himalayaís zijn opgestuwd onder invloed van de kracht die werd (en nog steeds wordt) uitgeoefend door de noordwaartse beweging van India tegen het zuiden van AziŽ, en de Marianentrog doordat daar de Pacifische schol onder de Filippijnsezeeschol wegduikt en daarbij materiaal van de bovenliggende schol mee omlaag trekt.


HET DIEPSTE EN HET HOOGSTE PUNT OP AARDE

Tot nu toe werd aangenomen dat de diepte van diepzeetroggen vooral afhangt van de lengte en ouderdom van de betrokken (wegduikende) lithosfeerschol, alsmede van de snelheid waarmee dat wegduiken (subductie) plaatsvindt: hoe ouder en langer het desbetreffende stuk aardschol, en hoe sneller de subductie, des te dieper de trog. Bij het Challenger Deep is de wegduikende schol echter betrekkelijk kort, en de subductie verloopt er relatief langzaam. Voor de extreme diepte ter plaatse moet dus een andere verklaring bestaan.


HET VERSCHIL IN CONTACT TUSSEN DE TWEE BOTSENDE LITHOSFEERSCHOLLEN IN HET CENTRUM (a) EN IN HET ZUIDEN (b) VAN DE MARIANENTROG



Volgens een IsraŽlische en een Amerikaanse onderzoeker moet de verklaring worden gezocht in de aard van het contact tussen de twee botsende schollen, en in de mogelijkheid van de wegduikende schol om diep in de visceuze aardmantel door te dringen. Relatief smalle en flexibele stukken aardschol kunnen volgens de onderzoekers veel gemakkelijk dan een bredere massa snel naar beneden worden omgebogen. Met een dergelijke vorm kan een dergelijk stuk lithosfeerschol veel gemakkelijker diep in de aardmantel doordringen (zoals een spade gemakkelijk loodrecht in de grond kan worden gestoken) dan een massa die eerst een langdurig contact met de bovenliggende schol houdt en dan pas wordt gedwongen (om via een scherpe hoek) steil omlaag te duiken. In dit laatste geval is de naar beneden gerichte 'sleuring' ter hoogte van de diepzeetrog immers veel geringer. Bij het Challenger Deep duikt de Pacifische schol inderdaad al direct bij de trog naar beneden, terwijl meer noordelijk in de Marianentrog de wegduikende schol veel langer een bijna horizontale positie houdt en dus veel minder meewerkt aan verdieping van de trog.

Referenties:
  • Gvirtzman, Z. & Stern, R.J., 2004. Bathymetry of Mariana trench-arc system and formation of the Challenger Deep as a consequence of weak plate coupling. tectonics 23 (doi:10.1029/2003TC001581), 15 pp.

Tekening welwillend ter beschikking gesteld door Zohar Gvirtzman, Geological Survey of Israel, Jeruzalem (Israel).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl