NGV-Geonieuws 71 artikel 461

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juni 2004, jaargang 6 nr. 12 artikel 461

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 71! Op de huidige pagina is alleen artikel 461 te lezen.

<< Vorig artikel: 460 | Volgend artikel: 462 >>

461 Aardbevingen doen gemeten zeespiegelstijging te groot uitvallen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geofysica ! Klik hier voor alle artikelen over het Inwendige van de Aarde ! Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Een significant deel (10%) van de zeespiegelstijging die in de vorige eeuw is gemeten blijkt te zijn veroorzaakt doordat meetapparatuur niet willekeurig over de aardbol is verspreid, en doordat grote aardbevingen regionale veranderingen in het zwaartekrachtveld veroorzaken. Dat blijkt uit onderzoek van vijf Italiaanse geofysici en een natuurkundige collega. Deze verrassende bevinding betekent overigens niet dat er door zware aardbevingen meer water in de oceanen komt, of dat een mondiale zeespiegelstijging optreedt doordat bij aardbevingen de zeebodem plaatselijk wordt opgeheven (waardoor het volume van de oceaan kleiner zou worden).

Toch hebben veel zware aardbevingen geleid tot een situatie waardoor meetapparatuur een zeespiegelstijging waarnam. Dat berust op een combinatie van twee factoren: een verandering van de geo´de en de niet-willekeurige plaatsing van de meetapparatuur over de aarde. Deze zelfde factoren zouden ertoe kunnen leiden dat meetapparatuur in de negentiende of de huidige eeuw een zeespiegeldaling zou (zal) registreren. Er is dus sprake van een tot nu toe niet als zodanig herkende toevalsfactor.

Bij benadering is de geo´de een iets afgeplatte bol die het niveau aangeeft dat de zee op elk punt op de oceaan zou bereiken als er geen verstorende factoren waren. Er treden echter wel degelijk verstoringen op, vooral omdat de opbouw van de aarde niet uniform is. Plaatselijk komen in de diepe ondergrond veel relatief zware gesteenten voor, elders juist minder. Hoe meer zware gesteenten, des te groter de aantrekkingskracht ter plaatse. Dat uit zich in verticale onregelmatigheden van de geo´de die maximaal enkele tientallen meters kunnen bedragen.


POSITIE VAN DE ASTHENOSFEER

In de diepe ondergrond kunnen bij zeer zware aardbevingen enorme pakketten gesteente iets van plaats veranderen. Na een beving moet de iets plastische asthenosfeer zich dan weer aan de nieuwe situatie aanpassen. Daardoor kunnen regionaal (bij enkele zeer zware aardbevingen in de vorige eeuw zelfs mondiaal) veranderingen in de zwaartekracht optreden. Die veranderingen zijn weliswaar zowel absoluut als relatief uiterst gering, maar ze kunnen toch voldoende zijn om de geo´de te be´nvloeden. Het gaat daarbij gewoonlijk om fracties van een millimeter: daarmee daalt de zeespiegel op de ene plaats, en stijgt hij elders. Als aardbevingen niet volgens een vast patroon zouden optreden, zouden de effecten van de diverse bevingen elkaar op termijn opheffen. Aardbevingen zijn echter geconcentreerd in bepaalde zones, onder meer waar lithosfeerschollen elkaar raken. Dat betekent dat een groot aantal bevingen juist een cumulerend effect op de zeespiegelfluctuaties heeft.

Op uiteenlopende plaatsen worden daardoor verschillende fluctuaties in het zeeniveau gemeten: minder of minder stijgend op sommige plaatsen, meer of minder dalend op andere. De meetstations die de zeespiegelfluctuaties meten om het effect van een veranderend klimaat na te gaan, zijn niet willekeurig verspreid over de aarde, maar hun posities zijn vooral bepaald door logistieke overwegingen. Dat blijkt een ongedacht effect te hebben: er zijn (door 'oeval' meer stations die een zeespiegelstijging als gevolg van aardbevingen metingen dan stations die een daling registreren. Het gaat daarbij om niet verwaarloosbare grootheden: de totale gemeten zeespiegelstijging in de vorige eeuw bedroeg gemiddeld 1,8 (" 0,1) mm per jaar. De Italiaanse onderzoekers berekenen dat daarvan bijna 0,2 mm per jaar aan het effect van grote aardbevingen toe te schrijven valt. Voor beleidsbeslissingen met betrekking tot maatregelen tegen zeespiegelstijging als gevolg van een opwarmende aarde is dit uiteraard van groot belang: temperatuurstijgingen veroorzaken 10% minder zeespiegelstijging dan tot nu toe werd aangenomen.

Referenties:
  • Melini, D., Piersanti, A., Spada, G., Soldati, G., Casarotti, E. & Boschi, E., 2004. Earthquakes and relative sealevel changes. Geophysical research Letters 31, doi:10.1029/2003GL019347, 4 pp.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Zeespiegelstijging is deels het gevolg van aardbevingen' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (22 mei 2004).


Copyright ę NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl