NGV-Geonieuws 71 artikel 463

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juni 2004, jaargang 6 nr. 12 artikel 463

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 71! Op de huidige pagina is alleen artikel 463 te lezen.

<< Vorig artikel: 462 | Volgend artikel: 464 >>

463 Opzienbarende vondst van fossiele kolibrie in Duitsland
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Kolibries zijn verbazingwekkend. De ruim 100 soorten, een soort minivogeltjes van slechts enkele centimeters lang (inclusief hun lange snavel), worden gekenmerkt door veelal bonte kleuren, een lange, gebogen snavel, de mogelijkheid om in de lucht 'stil te staan' wanneer ze de nectar uit een bloem opzuigen, en hun vleugelslag die veel te snel is om te kunnen waarnemen. Vooral in Zuid- en Midden-Amerika - maar ook steeds meer in het zuiden van Noord-Amerika hebben talloze mensen speciale drinkbakjes bij hun huizen opgehangen om kolibries te lokken, om ze te kunnen bewonderen op een manier die nooit gaat vervelen.


KOLIBRIES STAAN STIL IN DE LUCHT BIJ HET OPZUIGEN VAN NECTAR


HOLOTYPE VAN EUROTROCHILUS INEXPECTATUS UIT HET OLIGOCEEN VAN DUITSLAND

Kolibries komen alleen voor in de 'Nieuwe Wereld', waar ze zich in de loop der tijd vanuit het zuiden verder naar het noorden hebben verspreid. Dat was althans de algemeen aanvaarde opvatting. De Duitse paleontoloog Gerald Mayr heeft nu echter fossiele resten van een Oligocene kolibrie (uiteraard een nieuwe soort, Eurotrochilus inexpectatus) gevonden in Duitsland. Daarmee staan zowel de evolutionaire ontwikkeling als de paleobiogeografie van deze vogelgroep op de helling. Vooral vanuit het oogpunt van evolutie is de vondst in Duitsland interessant, want het gevonden 30 miljoen jaar oude exemplaar, dat zeer goed is gefossiliseerd, lijkt in vrijwel alle opzichten op een moderne kolibrie, ook al zijn er nog deskundigen die twijfelen of het wel om een echte kolibrie gaat.

Er is weinig bekend over de evolutie van kolibries want hun botjes zijn zo fragiel dat de kans om min of meer herkenbaar (laat staan ongeschonden) te fossiliseren uiterst gering is. Uit Amerika zijn zelfs geheel geen fossiele exemplaren bekend. Een 49 miljoen jaar oud fossiel dat eerder in Duitsland werd gevonden, en dat als een kolibrie werd gepresenteerd, is nooit algemeen als zodanig geaccepteerd; twee andere vondsten, net als de huidige vondst ongeveer 30 miljoen jaar oud, stammen uit de Kaukasus maar zijn zo incompleet dat een Euraziatische woonplaats tot nu toe niet als reŽel werd beschouwd. Dat oordeel zal nu moeten worden herzien.

Een eerdere aanwezigheid van kolibries in Europa en AziŽ zou ook verklaren waarom daar planten voorkomen die gemaakt lijken om bevrucht te worden via vogels die, stilstaand in de lucht, van hun nectar drinken. Aan de andere kant ligt uitsterven van de kolibries in de 'Oude Wereld' niet direct voor de hand. Volgens Mayr zouden ze kunnen zijn weggeconcurreerd door de zangvogels. Ze zouden zich daarom, via de Beringstraat, naar Amerika hebben verplaatst. Gebrek aan fossielen zal het voorlopig wel onmogelijk blijven maken om die hypothese te testen.

Referenties:
  • Mayr, G., 2004. Old world fossil record of modern-type hummingbirds. Science 304, p. 861-864.
  • Stokstad, E., Surprise hummingbird fossil sets experts abuzz. Science 304, p. 810-811.

Foto van fossiele kolibrie welwillend ter beschikking gesteld door Gerald Mayr, Forschungsinstitut Senckenberg, Frankfurt a. M. (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl