NGV-Geonieuws 71 artikel 464

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juni 2004, jaargang 6 nr. 12 artikel 464

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 71! Op de huidige pagina is alleen artikel 464 te lezen.

<< Vorig artikel: 463 | Volgend artikel: 465 >>

464 Merkwaardige vis helpt bij reconstructie paleoklimaat
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Fossiele slangekopvissen (Channidae) blijken door hun bijzondere eigenschappen zeer geschikt voor paleoklimatologische reconstructies. Dat komt doordat hun verbreiding op een bepaald moment - in ieder geval voor de laatste 20 miljoen jaar - direct samenhangt met de condities op land die voortvloeien uit atmosferische circulatiepatronen. Die patronen bepalen de luchttemperatuur en - vochtigheid, en daarmee ook de temperatuur en vochtigheid van de grond. Slangekopvissen blijken van die twee factoren sterk afhankelijk voor hun verspreiding.


EEN SLANGEKOPVIS (CHANNA STRIATA) UIT CAMBODJA

De meest bekende slangekopvis (Channa argus) is een roofvis die in zoetwater gedijt. Hij stamt oorspronkelijk uit de omgeving van de Himalaya’s, en wordt daar ook in aquaria gehouden omdat het een vechtvis is. Vanwege die eigenschap is hij inmiddels naar veel landen geëxporteerd en - al dan niet opzettelijk - in het wild vrijgekomen; in de Verenigde Staten heeft dat jarenlang zulke grote problemen opgeleverd (omdat hij de locale vis uitroeide) dat er tijden op is gejaagd. Het probleem lijkt nu redelijk beheersbaar, maar het valt te verwachten dat zijn territorium zich steeds verder zal uitbreiden. Ook in Afrika en grote delen van Zuid-Azië is deze vis inmiddels inheems. Zeker in Azië wordt dit door veel sportvissers toegejuicht, want het gaat om een sportvis die gemakkelijk een meter lang kan worden, en die bovendien spectaculaire sprongen tot zo’n 4 m hoog kan maken.

De steeds verdere uitbouw van het territorium van de slangekopvis komt doordat deze vis, die wel een meter groot kan worden, de eigenschap heeft dat hij zich bij een temperatuur van boven de 20 °C langdurig (zeker enkele dagen) op het land kan ophouden, als de bodem tenminste nat genoeg is door langdurige regenval (er moet per jaar minimaal een maand zijn met 150 mm regenval). De vis haalt bij zijn omzwervingen op het land zijn zuurstof niet uit water, maar ademt lucht in. Hij is zo in staat om landgebieden die voor 'normale' vissen onneembare barrières vormen, te nemen en zo zijn leefgebied uit te breiden.

Ook in het geologische verleden heeft de slangekopvis zijn leefgebied uitgebreid. De paleontologe Madelaine Böhme uit München heeft fossielen van deze vissen uit de laatste 50 miljoen jaar onderzocht. Daarbij bleek dat deze vissen van China tot Frankrijk voorkwamen. Het leefgebied werd geleidelijk ingeperkt tot de (wijde) omgeving van de zuidelijke Himalaya’s, maar daarna hebben zich weer twee fasen voorgedaan waarin het klimaat een snelle uitbreiding toestond. De eerste fase (naar westelijk en centraal Eurazië) vond ca. 17,5 miljoen jaar geleden plaats, en was waarschijnlijk het gevolg van een noordwaartse verschuiving van de Intertropische Convergentiezone. De tweede fase van uitbreiding (naar Afrika en oost-Azië) duurde van 8 tot 4 miljoen jaar geleden. Deze fase, die leidde tot de huidige verspreiding van de slangekopvissen, werd waarschijnlijk veroorzaakt door een intensivering van de Aziatische moesson, waardoor een nieuwe route voor deze vis vrij kwam door sterk verhoogde neerslag in de zomer.

Referenties:
  • Böhme, M., 2004. Migration history of air-breathing fishes reveals Neogene atmospheric circulation pattern. Geology 32, p. 393-396.
  • Schiermeier, Q., 2004. Fishy predator gets its teeth into ancient climate history. Nature 428, p. 883.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Madelaine Böhme, Sektion Paläontologie, Department für Geo- und Umweltwissenschaften, Ludwig-Maximilians-Universität, München (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl