NGV-Geonieuws 73 artikel 470

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juli 2004, jaargang 6 nr. 14 artikel 470

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 73! Op de huidige pagina is alleen artikel 470 te lezen.

<< Vorig artikel: 469 | Volgend artikel: 471 >>

470 Het oudste tweezijdig symmetrische diertje - of niet?
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Tweezijdige symmetrie zoals die nu bij de meeste hogere dieren bestaat, is een niet direct voor de hand liggende eigenschap. Bij veel primitieve - en ook bij veel van de oudste - dieren is sprake van een min of meer radiale symmetrie. Met de ontwikkeling van tweezijdige symmetrie werden immers tal van aanpassingen noodzakelijk, zowel inwendig (bijv. een spijsverteringskanaal) als uitwendig (een onder- en een bovenkant, of een voor- en een achterkant, of een linker- en een rechterkant; vaak een combinatie hiervan).


VERNANIMALCULA GUIZHOUENA IN DUNNE DOORSNEDE

De oudst bekende dieren met een tweezijdige symmetrie behoren tot de zogeheten Ediacara-fauna, een nog steeds raadselachtige fauna die op diverse plaatsen ter wereld is aangetroffen in gesteenten van de laatste 20-30 miljoen jaar voor de overgang van het Precambrium naar het Cambrium (543 miljoen jaar geleden). Overigens had biochemisch onderzoek van Metazoa al uitgewezen dat de ontwikkeling naar tweezijdige symmetrie tussen 600 miljoen jaar geleden en het begin van het Cambrium moet hebben plaatsgevonden.

Nu zijn structuren ontdekt in de Doushantuo Formatie (China), die van 580-600 miljoen jaar geleden dateren en die een zekere mate van tweezijdigheid vertonen. Het Chinees/Amerikaanse team van onderzoekers stelt dat het gaat om een diertje, dat ze Vernanimalcula guizhouena hebben gedoopt. Het gaat om een diertje dat ongeveer 1/5 mm groot was; het zou het bewijs leveren dat tweezijdige symmetrie niet noodzakelijkerwijs aan betrekkelijk complexe levensvormen is gebonden.

Lang niet iedereen is er echter nog van overtuigd dat het om een diertje gaat; volgens sommigen gaat het om holtes die met gelaagde korsten zijn opgevuld. Ook de sceptici sluiten overigens niet uit dat het in dat geval zou gaan om holten die zijn ontstaan door het wegrotten van organisme. Ze menen echter dat de 'laagjes' kenmerkend zijn voor diagenetische nieuwvorming. De Chinese en Amerikaanse onderzoekers voeren daarentegen juist aan dat de onderscheiden laagjes respectievelijk opper-, middel- en onderhuid vertegenwoordigen. Ze onderscheiden in sommige exemplaren ook een mond en een spijsverteringskanaal, evenals depressies in de (volgens hen oorspronkelijke zachte) buitenwand waarin een soort tastorganen zouden zijn vastgehecht. Ze voeren verder aan dat ze een aantal exemplaren hebben aangetroffen die er allemaal hetzelfde uitzien; dat pleit voor een biogene oorsprong.

Het laatste woord is hier vast niet over gezegd. Maar zeker is dat een biologische oorsprong niet onwaarschijnlijk is, want de formatie waarin deze structuren zijn aangetroffen zijn beroemd vanwege de prachtig bewaard gebleven microscopische kleine sponzen, en van embryo’s.

Referenties:
  • Chen, J.-Y., Bottjer, D.J., Oliveri, P., Dornbos, S.Q., Gao, F., Ruffins, S., Chi, H., Li, C.-W. & Davidson, E.H., 2004. Small bilatarian fossils from 40-55 million years before the Cambrian. Science Express (3 June 2004), 10 pp.
  • Stokstad, E., 2004. Controversial fossil could shed light on early animals’ blueprint. Science 304, p. 1425.

Foto Jun-Yuan Chen.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl