NGV-Geonieuws 73 artikel 472

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juli 2004, jaargang 6 nr. 14 artikel 472

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 73! Op de huidige pagina is alleen artikel 472 te lezen.

<< Vorig artikel: 471 | Volgend artikel: 473 >>

472 Opaal uit planten kan vroeger milieu helpen reconstrueren
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Veel vaatplanten bevatten fytolieten. Dat zijn microscopisch kleine (1-150 micron) deeltjes van opaal, die ontstaan als silicium - in de vorm van een zuur - met het grondwater door een plant wordt opgezogen, en daar neerslaat in ruimten binnen en tussen de afzonderlijke cellen. Daardoor geven fytolieten, zij het in sterk wisselende nauwkeurigheid, een beeld van de vorm van de cel waarin of waaromheen ze zijn gevormd. Daarnaast kunnen opaaldeeltjes waarvan de vorm niet samenhangt met die van de 'moedercel' neerslaan in daartoe gespecialiseerde cellen. Beide typen fytolieten vertonen kenmerken die, ook weer in verschillende mate, afhangen van de soort plant. Als de planten afsterven, komen de opaaldeeltjes in de bodem terecht; ze vormen in principe - net als pollen - een weergave van de regionale vegetatie.


FYTOLIET VAN EEN PALM UIT HET EOCEEN

Dit betekent dat fytolieten ook kunnen worden gebruikt voor de reconstructie van veranderingen in de flora. Waar pollen niet (meer) aanwezig zijn (bijv. doordat ze in een zandige bodem zijn geoxideerd) of waar pollen nauwelijks bruikbaar zijn (bijv. bij grassen, waar de pollen van de verschillende soorten nauwelijks van elkaar zijn te onderscheiden), daar kunnen fytolieten dus een bruikbaar alternatief vormen.

Een gebied dat voor zulk onderzoek in aanmerking komt, is de 'Great Plains' van Noord-Amerika, die vooral bestaan uit grasachtige gebieden. Dat was ook al zo in het Tertiair, toen de grassen voor het eerst in de aard-geschiedenis zorgden voor een vegetatie die grote gebieden volledig bedekte. Een Zweedse onderzoekster is op basis van fytolieten nagegaan hoe de door grassen gedomineerde flora van de Great Plains in NW Nebraska zich vanaf het laat Eoceen tot het vroeg Mioceen ontwikkelde.

De meest interessante bevinding was dat de resultaten van de analyse van de fytolieten sterk bleek te worden bepaald door de toegepaste analysetechniek.De normaliter toegepaste methode geeft aan dat van laat Eoceen tot vroeg Oligoceen een relatief dichte begroeiing bestond van bamboeachtige grassoorten, houtige en grasachtige dicotylen, en palmen; tussen het Laat-Oligoceen en het vroeg Mioceen veranderde de begroeiing in de 'moderne' open grasvlakte met uiteenlopende soorten gras. Een meer specifieke analysetechniek wijst daarentegen al op open grasvlaktes vanaf het laat Eoceen.

Dergelijke verschillen in uitkomsten zijn uiteraard weinig bevredigend. De onderzoekster heeft daarom ook uitgezocht waaraan die verschillen te wijten zijn. Die blijken vooral te wijten aan het al dan niet in de analyse opnemen van fytolieten groter dan 50 micron, en aan het al dan niet toepassen van gegevens uit een grote referentiecollectie van fytolieten. De conclusie is dan ook dat fytolieten een zeer bruikbaar hulpmiddel kunnen zijn voor reconstructies van vegetatieveranderingen, maar dat het noodzakelijk is om eerst, op basis van gestructureerd onderzoek, na te gaan welke analysetechnieken wel, en welke niet betrouwbaar zijn.

Referenties:
  • Strömberg, C.A.E., 2004. Using phytolith assemblages to reconstruct the origin and spread of grass-dominated habitats in the Great Plains of North America during the late Eocene to early Miocene. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 207, p. 239-175.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Caroline Strömberg, Department of Palaeobotany, Swedish Museum of Natural History, Stockholm (Zweden).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl