NGV-Geonieuws 73 artikel 473

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juli 2004, jaargang 6 nr. 14 artikel 473

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 73! Op de huidige pagina is alleen artikel 473 te lezen.

<< Vorig artikel: 472 | Volgend artikel: 474 >>

473 Temperaturen varieerden sterk met de seizoenen gedurende het Eemien
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Tussen de laatste ijstijd (Weichselien) en de grote ijstijd waarin het landijs ook half Nederland bedekte (Saalien) was er een interglaciaal (het Eemien) waarin de temperaturen hoger waren dan thans. Als gevolg daarvan waren grotere delen van de ijskappen op (vooral) Antarctica en Groenland afgesmolten, waardoor ook de zeespiegel enkele meters hoger stond dan nu het geval is.


BLOK VAN KORAALRIF UIT HET EEMIEN BIJ AQABA

Over de precieze temperatuur en het temperatuurverloop gedurende het jaar is nog veel onduidelijk. Omdat de baan van de aarde om de zon destijds (het interglaciaal duurde in het Midden Oosten van 124.000 tot 119.000 jaar geleden) iets anders was dan nu, werd aangenomen dat de temperatuur-verschillen tussen de diverse seizoenen op het noordelijk halfrond toen groter waren dan momenteel. Duitse en Jordaanse onderzoekers hebben daarvoor nu ook bewijs gevonden, althans voor het noordelijke deel van de Rode Zee. Ze onderzochten daar koralen uit het Eemien (gedateerd als 122.000 jaar oud), uit het Laat Holoceen (gedateerd als 2900 jaar oud), en uit de tegenwoordige tijd. De koralen uit het Eemien kwamen voor een deel uit een kanaal dat uitgegraven is in een recent rifplateau bij Aqaba, voor een ander deel uit nu boven de zeespiegel liggende mariene terrassen. De recente en laat-Holocene koralen kwamen uit de kustwateren van de Rode Zee.

De onderzochte koralen tonen duidelijke jaarringen die voor 98-99% bestaan uit aragoniet. Daaruit valt op te maken dat ze niet na hun afsterven zodanig zijn veranderd dat de isotopenverhoudingen van de zuurstof en de koolstof niet meer kunnen dienen als betrouwbare maatstaf voor de temperatuur van destijds. Uit de opbouw van de koralen kan de groei per maand worden gereconstrueerd. Door de temperatuur per maand te bepalen, kregen de onderzoekers een beeld van de temperatuurfluctuaties per seizoen.

Uit de analyses blijkt dat de laat Holocene koralen groeiden bij een regionale temperatuur van het oppervlaktewater die met de seizoenen op en neerging, met een verschil tussen hoogste en laagste temperatuur van 5,2 °C; dat is dezelfde waarde die tegenwoordig wordt gemeten, en die ook blijkt uit de onderzochte recente koralen. Voor het Eemien bedraagt het verschil echter 8,4 °C, wat betekent dat toen de temperatuurverschillen (van het oppervlaktewater in zee) tussen de diverse seizoenen inderdaad veel sterker fluctueerde dan thans. De onderzoekers geven daarvoor ook een verklaring via een gekoppeld oceaan/atmosfeer-model. De warmere zomers werden veroorzaakt door een ruimtelijk homogene opwarming van continentale gebieden op middelbare breedte, waar de zonne-instraling groter was dan nu. De lagere wintertemperatuur was niet alleen een gevolg van juist verminderde zonneinstraling, maar ook van de zogeheten Noord-Atlantische Oscillatie: het verschijnsel dat het klimaat in het Noord-Atlantische gebied periodiek fluctueert wat betreft de wintertemperatuur en de neerslag.

Referenties:
  • Felis, Th., Lohmann, G., Kuhnert, H., Lorenz, S.J., Scholz, D., Pätzold, J., Al-Rousan, S.A. & Al-Moghrabi, S.M., 2004. Increased seasonality in Middle East temperatures during the last interglacial period. Nature 429, p. 164-168.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Thomas Felis, Fachbereich Geowissenschaften, Universität Bremen, Bremen (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl