NGV-Geonieuws 74 artikel 475

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Augustus 2004, jaargang 6 nr. 15 artikel 475

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 74! Op de huidige pagina is alleen artikel 475 te lezen.

<< Vorig artikel: 474 | Volgend artikel: 476 >>

475 De eerste 'bosbrand' op aarde
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Planten kwamen in het Siluur nog nauwelijks op het land voor. Dat gebeurde pas in ruime mate gedurende het Devoon. Toen konden er ook branden ontstaan, waarvan houtskool nog getuigt. De oudst bekende houtskool stamde tot nu toe uit het Boven-Devoon. Nu is echter ook houtskool in het Siluur van Engeland aangetroffen. De houtskool moet uiteraard door een vuur zijn ontstaan dat in een plantenrijke massa zijn gang kon gaan. Vooralsnog gaat het om de oudst bekende sporen van niet met vulkanische activiteiten samenhangend vuur: de eerste bosbrand op aarde. Bosbrand is overigens een groot woord, want het gaat om een kleine hoeveelheid houtskool die werd aangetroffen in een afzetting waarin ook mariene fossielen voorkomen. Waarschijnlijk gaat het om een milieu net boven de normale hoogwaterlijn, maar wel zo dicht daarbij dat het bij een stormvloed door de zee kon worden overspoeld.


DWARSDOORSNEDE DOOR DE EPIDERMIS VAN EEN STENGEL VAN HOLLANDOPHYTON COLLICULUM

De vondst is van belang omdat van Silurische planten nog zeer weinig bekend is. Het minimale materiaal is gewoonlijk slecht bewaard gebleven en in de loop der tijd samengeperst zodat de driedimensionale structuur slecht te reconstrueren is. In houtskool blijft de oorspronkelijke structuur echter goed bewaard. In de eerste plaats vergaan de plantenresten niet verder, en in de tweede plaats is houtskool zo stevig dat de oorspronkelijke driedimensionale structuur goed bewaard kan blijven. Dat is ook hier het geval. De onderzoekers konden daardoor niet alleen vaststellen dat de houtskool afkomstig was van een beperkt aantal soorten (Hollandophyton colliculum, Hostinella en enkele niet-determineerbare soorten). Maar met een scanning electron microscoop kon ook de oorspronkelijke opbouw van de plantenresten (het grootste fragment was 4,53 mm groot, 2,78 mm dik en vertakte zich) in detail worden waargenomen.

Analyse van de houtskool, en vergelijking van de resultaten met experimenteel verkregen gegevens leiden de onderzoekers tot de conclusie dat de brand moet hebben plaatsgevonden in plantaardig materiaal dat deels ter plaatse moet hebben gegroeid (de stengels van H. colliculum wijzen daarop), deels bestond uit van elders aangespoeld materiaal. De brand kon plaatsvinden doordat de atmosfeer destijds al voldoende zuurstof bevatte (ca. 18%). De iets lagere waarde van de zuurstofconcentratie dan tegenwoordig moet hebben geleid tot een weinig intens vuur (daarop wijzen ook de karakteristieken van de houtskool); alleen lokaal was de brand iets heviger. Het vuur moet in het uitgedroogde materiaal snel om zich heen hebben gegrepen. De daarbij gevormde houtskool werd bij een stormvloed overspoeld en ingebed in sediment dat ook ondiepmariene fossielen zoals ostracoden bevat. Als mogelijke oorzaak van de brand noemen de onderzoekers - maar ze houden een flinke slag om de arm - blikseminslag.

Referenties:
  • Glaspool, I.J., Edwards, D. & Axe, L., 2004. Charcoal in the Silurian as evidence of the earliest wildfire. Geology 32, p. 381-383.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door I.J. Glaspool, Dianne Edwards en Lindsey Axe, School of Earth, Ocean and Planetary Sciences, Cardiff university, Cardiff (Verenigd Konkrijk).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl