NGV-Geonieuws 4 artikel 49

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Augustus 1999, jaargang 1 nr. 4 artikel 49

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 4! Op de huidige pagina is alleen artikel 49 te lezen.

<< Vorig artikel: 48 | Volgend artikel: 50 >>

49 Evolutie van radiale naar tweezijdige symmetrie
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De oudste organismen vertonen, evenals veel van de nu nog levende primitieve soorten, een radiale symmetrie (bijv. kwallen). Gedurende de evolutie is echter, vooral voor de meer complex opgebouwde dieren, een tweezijdige (links/rechts) symmetrie ontstaan. Dat geldt onder meer voor alle zoogdieren, maar ook voor veel van de minder ontwikkelde groepen zoals insecten en vissen. Waarom tweezijdige symmetrie zich gedurende de evolutie van het leven ontwikkelde (het lijkt erop dat dit gebeurde tijdens de zogeheten 'Cambrische explosie'), was tot nu toe moeilijk verklaarbaar. Er lijkt nu echter een 'sleutel' voor de oplossing van dit probleem te zijn gevonden in de vorm van genetisch materiaal.

Spaanse en Britse onderzoekers hebben namelijk 74 organismen onderzocht op een bepaald gen (18S rDNA) dat een functie vervult bij de synthese van eiwit. Door de volgordes van het DNA bij deze organismen met elkaar te vergelijken, konden ze een soort stamboom opstellen, waaruit ook de evolutionaire ontwikkeling kan worden gereconstrueerd. Uit die reconstructie kwam naar voren dat de Acoela, organismen zonder lichaamsholte (coeloom), de oudste dieren zijn met een tweezijdige symmetrie.

Acoela zijn te beschouwen als een bijzonder typen wormen. In tegenstelling tot bijv. regenwormen, die een coeloom hebben tussen het darmkanaal (dat als het ware hun 'as' vormt) en de spierlagen aan hun buitenzijde, missen zij zo’n met vloeistof gevuld coeloom. Tot nu toe werden de Acoela gerekend tot de Plathyhelminthes (platwormen), maar ze vertonen tal van afwijkende kenmerken in hun embryonale ontwikkeling. Ook hebben ze een ander zenuwstelsel. Volgens de onderzoekers horen de Acoela daarom niet thuis bij de Plathyhelminthes, maar moeten ze tot een aparte taxonomische eenheid binnen de wormen worden gerekend.

Overigens bevestigt het onderzoek dat dieren met een lichaamsholte pas ontstonden na de evolutionaire stap waarbij organismen een tweezijdige symmetrie ontwikkelden. De verdere evolutionaire ontwikkeling van de lichaamsholte zorgde voor een steeds complexere situatie. Zo is de ruimte daarvoor, in de buik- en borstholte, bij gewervelde dieren erg klein.

Referenties:
  • Pennisi, E., 1999. From a flatworm, new clues on animal origins. Science 283, p. 1823-1824.
  • Ruiz-Trillo, I., Riutort, M., Littlewood, D.T.J., Herniou, E.A & Baguña, J., 1999. Acoel flatworms: earliest extant bilaterian etozoans, not members of Plathyhelminthes. Science, 283, p. 1919-1923.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl