NGV-Geonieuws 77 artikel 494

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 September 2004, jaargang 6 nr. 18 artikel 494

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 77! Op de huidige pagina is alleen artikel 494 te lezen.

<< Vorig artikel: 493 | Volgend artikel: 495 >>

494 Nissen van door Taliban opgeblazen beelden bedreigd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het opblazen van de twee reusachtige Boeddhabeelden bij Bamiyan (centraal Afghanistan) door de Taliban in maart 2001 blijkt ook de stabiliteit van de rotsen waarin ze waren uitgehouwen te hebben aangetast. Het voorgenomen herstel van de beelden op hun oorspronkelijke plaats wordt daardoor zeer bemoeilijkt. Dat blijkt uit een presentatie op 26 augustus door Christian Manhart (UNESCO) en Claudio Margottini (ENEA) op het 32e International Geological Congress (Florence).


Een van de nissen, voor en na het opblazen van het boeddhabeeld



De beelden, die in de tweede en derde eeuw na Christus werden uitgehouwen, zijn in zoveel stukken uiteen gevallen dat herstel onmogelijk is. Vanwege hun grote cultuurhistorische waarde zijn echter plannen ontwikkeld om kopieŽn op hun oorspronkelijke locatie te plaatsen. Het gaat daarbij om nissen die in rotsen zijn uitgehouwen. Die rotsen waren al niet volledig stabiel, maar door de explosies die de Taliban veroorzaakten met uitsluitend het doel om de beelden te vernietigen, is hun vervalproces versneld. Het gaat daarbij zowel om langzame afglijdingen als om afstortend gesteente. Deze processen zijn inmiddels al op diverse plaatsen opgetreden; in de nis van de minst grote Boeddha zijn bijvoorbeeld bovenin al drie keer steenmassaís naar beneden gestort. Aan de oostelijke kant is bovenin een ruimte achter de rots uitgehouwen, waarin een trap omhoog voert. De steenmassa tussen de ruimte voor de trap en de nis van het opgeblazen Boeddhabeeld is slechts 30-50 cm dik, en dreigt nu ook in te storten, waardoor de oorspronkelijke vorm van de nis volledig verloren zou gaan. Aan de westkant bovenin worden ook steeds meer verschijnselen van instabiliteit waargenomen. Vrijwel het gehele gesteentepakket dat de nis van de grootste Boeddha omsluit vertoont eveneens sporen van instabiliteit die door de explosies in 2001 moeten zijn veroorzaakt.

Inmiddels is een begin gemaakt met voorlopige maatregelen om verder verval van de twee nissen te voorkomen. Dat is mede van belang om archeologen de mogelijkheid te bieden om een goede inventarisatie uit te voeren en om op de bodem van de nis alle nog als zodanig herkenbare restanten van de opgeblazen beelden te verzamelen. Daartoe zijn onstabiele rotsstukken nu onderstut, en zijn bovenin stabiliserende elementen zoals spijkers en ankers in de wand geslagen. Cement is gebruikt om gaten en spleten te dichten waarin anders water zou kunnen binnendringen dat bij opvriezen extra schade zou veroorzaken (doordat ijs een groter volume inneemt dan water). Als voorlopige maatregelen lijken deze voorzieningen effectief te werken. Of de locatie ooit nog stabiel genoeg kan worden gemaakt om de plaats in oude luister te herstellen, is echter onzeker.

Referenties:
  • Manhart, Chr. & Margottini, C., 2004. Geo-mechanical instability and stabilisation works for the Buddha niches and cliff in Bamiyan Valley (central Afghanistan). Abstract 32nd International Geological Congres (Forence, 2004) S03.01: 1 pp.

Fotoís: UNESCO


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl