NGV-Geonieuws 78 artikel 495

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 2004, jaargang 6 nr. 19 artikel 495

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 78! Op de huidige pagina is alleen artikel 495 te lezen.

<< Vorig artikel: 494 | Volgend artikel: 496 >>

495 Nieuw licht op Ediacara-fauna
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In het oosten van Newfoundland zijn in gesteenten van 575-560 miljoen jaar oud bijzondere fossielen van de op zich al zo bijzondere Ediacara-fauna aangetroffen. Het gaat om de oudste fossielen van deze fauna die op betrouwbare wijze zijn gedateerd. Het bijzondere van de gevonden fossielen is niet zozeer hun ouderdom, alswel het feit dat ze - hoewel ze net als alle andere fossielen uit de Ediacara-fauna geen harde delen bezitten - prachtig drie-dimensionaal bewaard zijn gebleven. Mede hierdoor konden details worden onderscheiden die het nodig maken om een aantal ideeŽn over deze levensvormen te veranderen.


Het 'samengestelde blad' van Charnia

De Ediacara-fauna, waarvan exemplaren voor het eerst in 1946 werden ontdekt, omvat de eerste 'complexe' levensvormen. Tot voort kort werden overigens alleen afdrukken gevonden die deze dieren zonder inwendig of uitwendig skelet op de zeebodem achterlieten. Dat maakte interpretatie van hun fysieke uiterlijk en anatomie zeer moeilijk, en ook hun onderlinge taxonomische relaties bleven onduidelijk. Niettemin werden deze dieren aanvankelijk aangezien voor de voorlopers van de organismen die bij de zogeheten 'Cambrische explosie' plotseling in zoveel vormen en in zulke grote aantallen voorkwamen en die door hun harde schalen of skeletten in groten getale zijn gefossiliseerd. Nu worden de soorten die deel uitmaken van de Ediacara-fauna echter algemeen beschouwd als vertegenwoordigers van takken die allemaal uiterlijk in het begin van het Cambrium zijn uitgestorven.


Reconstructie van de levenswijze van Charnia (1) en Dickinsonia (3)

Tot de fossielen van de Ediacara-fauna, die wereldwijd vrijwel identiek is, behoren onder meer vormen die op een samengesteld blad lijken. Dat 'blad' zat, naar huidige inzichten, aan de grond verankerd, zoals dat nu het geval is met onder meer zeelelies (crinoÔden). Sommige zijn groot, andere klein, de een meer samengesteld dan de ander (er zijn exemplaren waarvan de samenstellende delen zelf ook weer bestaan uit soortgelijke - maar uiteraard kleinere - samengestelde delen, die op hun beurt ook weer bestaan uit soortgelijke - nog kleinere - delen. Zo is aan de meest samengestelde vorm de geslachtsnaam Charnia toegekend, aan een kleinere vorm de naam Rangea, en aan weer andere vormen de namen Charniodiscus en Bradgatia. Vanwege hun talrijke overeenkomsten worden ze samen wel 'rangeomorfen' genoemd.

Uit de nu gevonden exemplaren blijkt dat het niet gaat om verschillende vormen, maar om exemplaren van dezelfde soort in verschillende ontwikkelingsstadia, of - wat waarschijnlijker lijkt - om dieren die totaal verschillende vormen hebben gedurende een levenscyclus (zoals koralen poliepen vormen die als kwallen ronddrijven). Hetzelfde werd gevonden voor een ander bekend fossiel uit de Ediacara-fauna: het geslacht Dickinsonia. De tot nu toe onderscheiden soorten Phyllozoon, Pteridinium, Ernietta, Swartpuntia en Cloudina (die om vergelijkbare redenen samen met Dickinsonia wel 'dickinsioniamorfen' werden genoemd) hebben mogelijk net zoín onderlinge relatie als de rangeomorfen.

De Ediacara-fauna geeft zo steeds meer geheimen prijs. Het wachten is op meer vondsten van 3-D bewaarde exemplaren.

Referenties:
  • Brasier, M. & Antcliffe, J., 2004. Decoding the Ediacaran enigma. Science 305, p. 115-1117.
  • Narbonne, G.M., 2004. Modular construction of early Ediacaran complex life forms. Science 305, p. 1141-1144.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl