NGV-Geonieuws 78 artikel 497

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 2004, jaargang 6 nr. 19 artikel 497

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 78! Op de huidige pagina is alleen artikel 497 te lezen.

<< Vorig artikel: 496 | Volgend artikel: 498 >>

497 Sporen van oudste leven zijn niet terug te vinden
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op het eiland Akilia bij Groenland komen gesteenten voor van 3,85 miljard jaar oud, die sporen van leven zouden bevatten. Dat 'oudste' leven zou dan vele miljoenen jaren ouder zijn dan andere, soortgelijke sporen van leven op Groenland, en zelfs honderden miljoenen jaren ouder dan enig ander spoor van leven buiten Groenland. De sporen bestaan in feite uit insluitsels van koolstof in apatietkristallen, en hun organische oorsprong is door onderzoekers destijds geclaimd op basis van de daarvoor karakteristieke verhouding tussen de diverse koolstofisotopen.


De 3,85 miljard jaar oude rotsen op Akilia

Vanaf de eerste publicatie (1996) is dit 'oudste leven' met scepsis bezien. Zo werd in 1999 de juistheid van de datering in twijfel getrokken, en weer enkele jaren later (2002) werd de interpretatie van de koolstof als van organische oorsprong bestreden. Aan de oorspronkelijke gegevens werd echter niet getornd.

Tot nu, want op een geochemische conferentie die in juni in Kopenhagen werd gehouden, werd een presentatie gegeven door Aivo Lepland, een geoloog van de Geologische Dienst van Noorwegen. De mededeling van Lepland kwam als een schok: zij konden na vijf jaar pogen geen organische koolstof vinden in apatietkristallen die ze uit 15 monsters van dezelfde ontsluiting op Akilia hadden geļsoleerd.

De 'aanval' op het oorspronkelijke werk komt niet van een buitenstaander alleen, want in het team van Lepland zat ook Gustaf Arrhenius, een geochemicus van het Scripps Instituut voor Oceanografie in La Jolla, die zowel van het oorspronkelijke artikel als van de nieuwe presentatie auteur is. Arrhenius verklaarde dat hij niet uitgesloten acht dat er in het geval van het oorspronkelijke onderzoek een verwisseling van monsters heeft plaatsgevonden; in jongere gesteenten van een nabije locatie komen namelijk wel organische koolstofinsluitsels in apatiet voor. Als mogelijke andere verklaring gaf hij dat het oorspronkelijke onderzoek een toevalstreffer is: er zou dan heel weinig apatiet met koolstof op de oorspronkelijk onderzochte locatie voorkomen, en de toen genomen monsters zouden juist zo’n uitzonderlijk voorkomen hebben bevat.

De oorspronkelijke analyse was uitgevoerd toen door een toenmalig assistent van Arrhenius, Steven Mojzsis, die ook op de conferentie in Kopenhagen aanwezig was. Hij zegt een mogelijke verwisseling van monsters sterk te betwijfelen. Lepland en Mojzsis zijn nu overeengekomen om de oorspronkelijke monsters voor verder onderzoek nader te verdelen, en om de oorspronkelijke locatie (en andere) samen te gaan bezoeken.

Referenties:
  • Dalton, R., 2004. Fresh study questions oldest traces of life in Akilia rock. Nature 429, p. 688.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl