NGV-Geonieuws 78 artikel 498

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 2004, jaargang 6 nr. 19 artikel 498

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 78! Op de huidige pagina is alleen artikel 498 te lezen.

<< Vorig artikel: 497 | Volgend artikel: 499 >>

498 Microbialieten profiteren van massauitsterving
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Algenmatten bestaan uit een combinatie van algen en tal van microorganismen. Deze plakken worden op tal van plaatsen gevonden, gewoonlijk in ondiep water. Hun voorkomen is echter relatief beperkt, omdat ze veel natuurlijke vijanden hebben die het op dit energierijke voedsel hebben voorzien. Toch zijn er in de loop der tijd veel van deze plakken terug te vinden, niet zozeer in de vorm van de (gefossiliseerde) algen zelf, alswel in de vorm van meestal wat golvende structuren die ontstaan zijn dooirdat de algen regelmatig met wat slib werden overdekt. Ook zijn er kalkalgen, die zelf kalk afscheiden. De zo ontstane structuren zijn vooral bekend in de vorm van stromatolieten; er zijn echter ook andere vormen, zoals thrombolieten en dendrolieten. Samen worden ze wel 'microbialieten' genoemd.


Zijaanzicht van de koepelvormige Laat-Silurische onderzochte stromatolieten


Bovenaanzicht van de onderzochte stromatolieten in Utah (Verenigde Staten)


Uit het Proterzo´cum, dat van ca. 2,5 miljard tot 542 miljoen jaar geleden duurde, zijn veel microbialieten bekend; ze vertoonden toen ook een grote verscheidenheid en het Proterozo´cum kan dan ook als hun bloeitijd worden beschouwd. Toen gedurende de Cambrische explosie het meercellige leven een grote variatie ging vertonen en een sterke opmars vertoonde, kregen de microbialieten een behoorlijke klap. Ze waren kennelijk niet tegen die plotselinge concurrentie (en natuurlijke vijanden) opgewassen. Langzaam herstelden ze zich iets, maar in het Ordovicium veranderde het milieu opnieuw plotseling, waardoor er binnen korte tijd veel nieuwe vijanden voor de algen in zee opdoken. De algen kregen opnieuw een klap te verwerken. Ze trokken zich vervolgens terug naar milieus waar de omstandigheden zo moeilijk zijn dat er weinig concurrenten leefden. Op het eind van het Perm, toen de grootste mnassauitsterving uit de aardgeschiedenis plaatsvond, kwamen de algen volgens sommige onderzoekers weer even tot bloei: hun natuurlijke vijanden zouden plotseling grotendeels zijn verdwenen, zodat de algenmatten zich ongestoord konden uitbreiden, totdat er weer genoeg nieuwe vijanden kwamen. Deze opleving op de grens van Perm en Trias is echter nooit echt bewezen; dat de organismen die microbialieten vormen dus (tijdelijk) zouden profiteren van een massauitsterving, werd dan ook tot nu toe als speculatie beschouwd.

Amerikaanse onderzoekers hebben nu echter vastgesteld dat zich bij een massauitsterving wel degelijk opbloei van deze microorganismen voordeed. Ze onderzochten daartoe de ontwikkelingen in Noord-Amerika gedurende de (wat minder grote) massauitsterving die plaatsvond gedurende het Laat-Ordovicium. Ze bekeken hiervoor kalkgesteenten die toen op het continentaal plat ten westen van de Verenigde Staten werden afgezet. Dat onderzoek vond centimeter voor centimeter plaats over het traject van voor tot na de massauitsterving. Ze beschouwden daarbij de variatie en frequentie van microbialieten als een maat voor hun bloei.

Na de massauitsterving blijken de microbialieten zowel groter en talrijker te zijn geworden, en kwam er een grotere variatie in morfologie. Deze opbloei duurde ongeveer 5 miljoen jaar, de tijd waarin de megafauna over een uitgestrekt gebied een sterke soortenarmoede kende. De waargenomen veranderingen zijn statistisch significant. De onderzoekers wijzen er tenslotte op dat de huidige slechte toestand van de oceanen wel eens tot een nieuwe opbloei zou kunnen leiden van microbialietvormende organismen.

Referenties:
  • Sheehan, P.M. & Harris, M.T., 2004. Microbialite resurgence after the Late Ordovician extinction. Nature 430, p. 75-78.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Peter Sheehan, Department of Geology, Milwaukee Public Museum, Milwaukee (Verenigde Staten van Amerika)


Copyright ę NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl