NGV-Geonieuws 78 artikel 499

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 2004, jaargang 6 nr. 19 artikel 499

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 78! Op de huidige pagina is alleen artikel 499 te lezen.

<< Vorig artikel: 498 | Volgend artikel: 500 >>

499 Grote inslagkraters uit Eoceen werden veroorzaakt door asteroïde
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Bij veel inslagkraters is het onduidelijk of ze zijn ontstaan door een inslaande komeet (voornamelijk ijs) of een asteroïde. In beide gevallen kan de klap immers hard genoeg zijn om een diepe inslagkrater te veroorzaken, en in beide gevallen komt gewoonlijk zoveel warmte vrij dat het ijs of de steenmassa van de inslaande bolide geheel verdampt. Zo heeft deze vraag tot nu toe ook gespeeld ten aanzien van de twee grootste inslagkraters die gedurende het Kenozoïcum ontstonden: de krater bij Popigai in noordelijk Siberië (met een doorsnede van zo’n 100 km) en de krater onder Chesapeake Bay (voor de kust van de Amerikaanse staat Virginia) met een doorsnede van ca. 85 km. Geologisch gezien ontstonden beide kraters kort na elkaar, in het Laat-Eoceen (36,5-34 miljoen jaar geleden): de Popigai-krater dateert van 35,7 (plus of min 0,2) miljoen jaar, die onder Chesapeake Bay van 34,5 (plus of min 0,6) miljoen jaar geleden.


Doorsnede door de inslagkrater in Chesapeake Bay

Dat in het Laat-Eoceen veel interplanetair materiaal op aarde terecht moet zijn gekomen, was al bekend van een onderzoek in Italië. Daar werden in kalkstenen die in diep water waren afgezet verhoogde concentraties van de heliumisotoop H-3 aangetroffen, hetgeen daarvoor bewijs is. De 'ruimteregen' van zo’n 2,5 miljoen jaar wordt toegeschreven aan de aankomst binnen de binnenste regionen van het zonnestelsel van kometen met een zeer elliptische baan, door verstoring van de zogeheten Oort-wolk. Daarom werd er gewoonlijk van uitgegaan dat beide grote kraters uit het Laat-Eoceen zijn gevormd door de inslag van een komeet.


Inslagbreccie in de Popigai-Krater met bovenin het onderzochte opgesmolten gesteente

Zowel bij Popigai als bij Chesapeake Bay zijn gesteenten opgesmolten door de inslag. Monsters van die opgesmolten gesteenten zijn nu onderzocht op sporen van materiaal dat van de ingeslagen bolide afkomstig moet zijn. Bij Popigai blijkt ca. 0,2 gewichtsprocent van het onderzochte materiaal te moeten worden toegeschreven aan het ingeslagen hemellichaam. Het blijkt onder meer dat er tot 15 maal zoveel elementen uit de platinagroep in voorkomen als in het oorspronkelijke gesteente ter plaatse; de onderlinge verhoudingen tussen die elementen zijn ook bepaald, omdat die karakteristiek zijn voor bepaalde typen hemellichamen. Ook werd de verhouding tussen nikkel en chroom bepaald, evenals de concentratie van tal van sporenelementen.

Uit al die gegevens komt naar voren dat het hemellichaam dat bij Popigai insloeg een samenstelling moet hebben gehad met die van een bepaald soort chondrieten, en dat er dus geen sprake was van een komeet maar naar alle waarschijnlijkheid van een asteroïde. Het wachten is nu op een vergelijkbare analyse van smeltgesteenten van de inslag bij Chesapeake Bay. Die kunnen bevestigen of juist onderuit halen dat er in het Laat-Eoceen een regen van asteroïden was (en niet van kometen), waarvan twee grote objecten reusachtige inslagkraters veroorzaakten.

Referenties:
  • Tagle, R. & Claeys, Ph., 2004. Comet or asteroid shower in the Late Eocene? Science 305, p. 492.

Afbeelding doorsnede krater Chesapeake Bay: United States Geological Survey
Afbeelding inslagbreccie welwillend ter beschikking gesteld door Philippe Claeys, Vrije Universiteit Brussel (België


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl