NGV-Geonieuws 81 artikel 510

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 November 2004, jaargang 6 nr. 22 artikel 510

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 81! Op de huidige pagina is alleen artikel 510 te lezen.

<< Vorig artikel: 509 | Volgend artikel: 511 >>

510 Puimsteen op strand verraadt onbekende onderzeese vulkaan
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In oktober 2002 spoelden op de oostkust van AustraliŽ tal van brokken puimsteen aan. Dat volgde op een soortgelijke gebeurtenis die in november 2001 plaatsvond op de Fiji-eilanden. Analyse toonde aan dat het in beide gevallen ging om materiaal (met een dacitische samenstelling: 65-68 gewichtsprocent SiO2) dat door dezelfde vulkaan moest zijn uitgestoten. Omdat het materiaal kennelijk meegevoerd was door een zeestroming die eerst de Fiji eilanden aandeed en daarna AustraliŽ, en omdat de vulkanische uitbarsting seismisch geregistreerd moest zijn, kon met enig speurwerk worden vastgesteld dat het moest gaan om de uitbarsting van een tot dan toe onbekende onderzeese vulkaan (nu geregistreerd als 0403-091) die deel uitmaakt van de vulkanische Tofua-boog; de locatie valt onder Tonga. Die vulkaan moet, volgens seismische waarnemingen, ongeveer een maand voordat de eerste puimsteen op de Fiji-eilanden aanspoelde, zijn uitgebarsten.


Puimsteen markeert de vloedlijn op een Australisch strand


Stukjes puimsteen zijn gekoloniseerd door tal van organismen


Met behulp van computermodellen kon worden nagegaan dat de 'normale' transportroute van de puimsteen via zeestromen verstoord moet zijn geweest door twee lagedruk systemen; ook wind heeft de precieze transportroute duidelijk beÔnvloed. Mede daardoor kon er veel puimsteen op de kust van AustraliŽ aanspoelen: plaatselijk zelfs 400-500 fragmenten per vierkante meter. De totale hoeveelheid die in AustraliŽ aanspoelde, wordt door de onderzoekers geschat op minimaal 125.000 m3 (die hoeveelheid vertegenwoordigt uiteraard slechts een fractie van al het door de vulkaan uitgestoten materiaal). Omdat de puimsteen onder de storm- en springvloedniveaus werd afgezet, werd het grootste deel ervan alweer spoedig door de oceaan weer 'teruggenomen'; na enkele weken was het meeste al verdwenen, en nu resteren er nog slechts wat schaarse stukken.

De meeste aangespoelde stukken waren 2-5 cm groot. Op de Fiji-eilanden was het grootste waargenomen stuk puimsteen 20 cm groot, en in AustraliŽ was dat 10 cm. Dat alleen al geeft aan dat er bij het transport tussen beide gebieden veel materiaal is verdwenen. Er gebeurde overigens meer tijdens het transport (over ca. 3500 km) tussen deze twee gebieden: de stukken die op de Fiji-eilanden aanspoelden vertoonden geen sporen van mariene organismen, maar op de Australische stranden waren die ruimschoots voorhanden. Onder meer algen, wormen, mosdiertjes, oesterachtigen, gastropoden en koralen. Sommige koralen waren bij hun aankomst in AustraliŽ zelfs al ongeveer een jaar oud. Dit geeft aan dat vulkanische uitbarstingen via het uitgeblazen puimsteen een voortreffelijke gelegenheid scheppen voor de verspreiding van organismen. In de geologische geschiedenis van de aarde heeft dat ongetwijfeld een grote rol gespeeld.

Referenties:
  • Bryan, S.E., Cook, A., Evans, J.P., Colls, P.W., Wells, M.G., Lawrence, M.G., Jell, J.S., Greig, A. & Leslie, R., 2004. Pumice rafting and faunal dispersion during 2001-1002 in the Southwest Pacific: record of a dacitic submarine explosive eruption from Tonga. Earth and Planetary Science Letters 227, p. 135-154.

Fotoís welwillend ter beschikking gesteld door Scott Bryan, Department of Geology and Geophysics, Yale University, New Haven (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl