NGV-Geonieuws 82 artikel 515

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 2004, jaargang 6 nr. 23 artikel 515

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 82! Op de huidige pagina is alleen artikel 515 te lezen.

<< Vorig artikel: 514 | Volgend artikel: 516 >>

515 Vogelembryo uit Vroeg-Krijt wijst op zelfredzaamheid
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In het Onder-Krijt van Liaoning (Noordoost China) is opnieuw een opmerkelijke fossiele vogel gevonden. Het gaat in dit geval om een jong, dat nog zodanig zit opgevouwen in een ovale vorm dat het moet gaan om een embryo dat nog in het ei zat (het ei zelf, dat zo’n 35 bij 20 mm moet hebben gemeten, is overigens niet gefossiliseerd). Zo is de wervelkolom extreem gebogen, en liggen de beide achterpoten opgevouwen tegen de schedel aan. Er zijn al eerder vogelembryo’s in het Chinese Krijt gevonden, maar het ging daarbij steeds om exemplaren uit het Laat-Krijt, en bovendien had geen van die exemplaren al donsachtige veren. De veren zijn overigens niet uitgespreid, maar liggen nog zodanig opeengepakt dat ook daaruit blijkt dat het om een embryo gaat.


Het onderzochte embryo, in een opgevouwen positie, die erop wijst dat het nog in het ei zit

Vogelembryo’s veranderen kort voordat ze uit het ei komen van positie, waardoor ze bijna de gehele ruimte van het ei vullen. Dat is ook hier het geval. Dat het gaat om een jong dat vrijwel klaar was om uit het ei te komen, blijkt ook uit de mate waarin de botten en veren reeds waren ontwikkeld.

Het skelet is bijna geheel bewaard gebleven, en vertoont onder meer een grote schedel met een relatief grote hersenpan. Zoals alle vroege vogels, had ook dit exemplaar tanden. De poten hebben klauwen die erop wijzen dat het gaat om een vogel die op de takken van een boom kon zitten.

Moderne vogels hebben, wanneer ze uit het ei komen, een zogeheten eitand: een uitsteeksel op hun snavel die hen helpt de eierschaal te breken. Deze eitand valt kort na het uitkomen af. Het embryo uit Liaoning mist een dergelijke eitand, wat erop zou kunnen wijzen dat zo’n hulpmiddel pas later in de evolutie van de vogels tot stand is gekomen.

Sommige vogels zijn tot lang nadat ze uit het ei kruipen afhankelijk van hun ouders; andere soorten krijgen jongen die direct voor zichzelf kunnen zorgen. Die laatste hebben bij hun geboorte al donsveren, en ook hebben ze een relatief grote herseninhoud. Beide aspecten karakteriseren het nu gevonden embryo. Dat betekent vrijwel zeker dat het geen nestzorg zou hebben gekregen maar op zijn eigen zelfredzaamheid moest vertrouwen wat betreft zowel het lopen als het vinden van voedsel. Dat is een kenmerk van de Eoaves, en het voorkomen van een soort uit het Vroeg-Krijt past in het evolutionaire plaatje hiervan. De zelfredzaamheid is mogelijk overgeërfd van de meest verwante dinosauriërs, waarvan ondermeer het geslacht Troodon ook door sommige onderzoekers zelfredzaamheid direct na de geboorte wordt toegedacht.

Referenties:
  • A precocial avian embryo from the Lower Cretaceous of China. Science 306, p. 653.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Zhonghe Zhou, Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology, Chinese Academy of Sciences, Beijing (Volksrepubliek China).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl