NGV-Geonieuws 83 artikel 517

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 December 2004, jaargang 6 nr. 24 artikel 517

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 83! Op de huidige pagina is alleen artikel 517 te lezen.

<< Vorig artikel: 516 | Volgend artikel: 518 >>

517 Eocene schelpen leefden lang in Antarctisch donker
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De schelpen van het geslacht Cucullaea zijn thans beperkt tot tropische zeeŽn, maar kwamen vroeger ook op hogere breedtes voor. Zo leefde de soort C. raea gedurende het Eoceen in de wateren rond Antarctica. Daarbij moet wel in aanmerking worden genomen dat de temperatuur wereldwijd toen hoger was dan nu: analyse van de concentratie O-18 in schelpen van deze soort, die leefde in ondiep water, wijst uit dat de watertemperatuur toen ca. 14 įC moet zijn geweest. Dat betekende overigens niet dat de omstandigheden ideaal waren, want het gebied kende - naast de lange poolzomers - natuurlijk ook lange, donkere poolnachten.


Een klep van Cucullaea rarea

Onder dergelijke omstandigheden zijn er tal van problemen te overwinnen. Zo is er in de zomer weliswaar volop voedsel voor schelpen (fytoplankton), maar gedurende de winter is voedsel uiterst schaars. Het lijkt dus voor de hand te liggen dat schelpkleppen in de zomer aangroeien, terwijl dat juist niet of nauwelijks gebeurt in de winter. Bij de Eocene exemplaren van C. raea blijkt de situatie echter juist andersom. Dat blijkt uit onderzoek van de zuurstof- en koolstofisotopen in de kleppen, gemonsterd uit de duidelijke groeiringen die de schelpen vertonen.


Gepolijste doorsnede van een klep met duidelijke groeiringen

Maar de Eocene Cucullaea blijkt nog meer afwijkingen van het normale patroon te vertonen. Zo geldt in het algemeen dat schelpdieren ouder worden naarmate ze in kouder water leven. Dat weten ze te bewerkstelligen door een langzamere stofwisseling, die vooral tijdens de winters afneemt. Zo gebruiken ze niet alleen minder energie, maar 'slijten' (= verouderen) ze ook langzamer. Cucullaea leefde in het Eoceen echter juist, zoals hiervoor vermeld, in relatief warm water. Uit de groeiringen en de dateringen daarvan blijkt echter dat de schelpen van dit geslacht toen echter uitzonderlijk oud konden worden, tot wel 120 jaar.

Volgens Devin Buick, een student die dit onderzoek uitvoerde onder leiding van Linda Ivany, moet de oorzaak van de 'wintergroei' en de 'zomerstop' worden gezocht in een poging om de voortplanting te optimaliseren. Dat veel energie vereisende proces zou dan tijdens de zomer hebben plaatsgevonden wanneer de omstandigheden daarvoor ideaal waren. De larven krijgen hebben immers nauwelijks kans te overleven in een milieu waarin nauwelijks licht aanwezig is, zoals gedurende de poolwinter. Ook daarom moet reproductie in de zomer de kans op nageslacht aanzienlijk hebben vergroot. De winter, waarin ook nog een zekere hoeveelheid voedsel aanwezig was, zou dan zijn benut voor de groei. Omdat ook in het warmere Eoceen de wintertemperaturen rondom Antarctica natuurlijk niet hoog waren, en het voedsel dus betrekkelijk schaars, zouden de schelpen het hebben moeten doen met een relatief caloriearm dieet. Daaraan zouden ze hun hoge leeftijd hebben te danken. Licht en voedsel hebben dus op hogere breedte volgens de onderzoekers een veel grotere invloed op de groei van mollusken dan tot nu toe werd gedacht.

Referenties:
  • Buick, D.P. & Ivany, L.C., 2004. 100 Years in the dark: extreme longevity of Eocene bivalves from Antarctica. Geology 32, p. 921-924.

Fotoís van Devin Buick (Department of Earth Sciences, Syracuse University, Syracuse; thans: University of Cincinnati, Cincinnati, Verenigde Staten van Amerika), welwillend ter beschikking gesteld door Linda Ivany (Department of Earth Sciences, Syracuse University, Syracuse, NY (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl