NGV-Geonieuws 83 artikel 518

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 December 2004, jaargang 6 nr. 24 artikel 518

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 83! Op de huidige pagina is alleen artikel 518 te lezen.

<< Vorig artikel: 517 | Volgend artikel: 519 >>

518 Dinoís stierven niet uit door lage temperaturen na inslag van asteroÔde
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Er is nog steeds veel discussie over de vraag of dinosauriŽrs (of althans een aantal groepen) warm- of koudbloedig waren. Die vraag is niet alleen uit biologisch oogpunt interessant, maar ook voor de vraag wat de precieze reden was waarom (vrijwel) alle dinosauriŽrs in zeer korte tijd uitstierven na de inslag van een asteroÔde op de grens tussen Krijt en Tertiair. Een van de hypotheses dienaangaande stelt dat de inslag zoveel fijn materiaal hoog in de atmosfeer bracht dat de zonnestraling langdurig voor een groot deel werd geabsorbeerd, waardoor op aarde een temperatuurdaling optrad die vergelijkbaar zou zijn geweest met wat wel een 'nucleaire winter' (na grootschalig gebruik van atoombommen) wordt genoemd. Als dinosauriŽrs niet tegen een dergelijke temperatuurdaling bestand zouden zijn geweest, zou dat hun uitsterven kunnen verklaren.


Skelet van Mornis stirtoni
(3,2 m hoog) uit de Northern Territories (AustraliŽ)


AustraliŽ lag in het Krijt dicht bij de Zuidpool


De hypothese dat dinosauriŽrs weinig of geen kou konden verdragen, lijkt langzamerhand niet meer houdbaar. Er zijn namelijk in de afgelopen jaren steeds meer vondsten gedaan (zowel in de vorm van botten als in de vorm van loopsporen) die aangeven dat sommige dinosauriŽrs in het Krijt vrij dicht bij de zuidpool woonden. Het Australische continent lag destijds vrijwel tegen het (ook toen de zuidpool bedekkende) Antarctica aan, en zeker het zuiden van AustraliŽ moet toen een koud klimaat hebben gehad.

AustraliŽ is overigens niet het continent waar voor het eerste 'pooldinoís' werden gevonden. Die eer komt toe aan Spitsbergen, waar al bijna 50 jaar geleden voetstappen van Iguanodongetroffen. Omdat destijds de algemene opvatting was dat dinosauriŽrs tropische dieren waren, werd echter eerder aan een speling van de natuur gedacht (of een verkeerde interpretatie) dan aan het werkelijk voorkomen van deze dieren in een koud klimaat. Naderhand kwamen er echter steeds meer aanwijzingen. Inmiddels zijn 'pooldinoís' uit het Jura bekend van Antarctica, AustraliŽ, SiberiŽ en Alaska; uit het Krijt zijn ze nu bekend van Antarctica, Nieuw-Zeeland, AustraliŽ, SiberiŽ, Spitsbergen, Canada en Alaska. Het gaat om een grote verscheidenheid aan groepen, waaronder grote en kleine theropoden, prosauropoden, hypsilophodontiden, iguanodontiden, hadrosauriŽrs, ankylosauriŽrs en ceratopsiden. Aan het bestaan van goed aan polaire omstandigheden aangepaste dinosauriŽrs kan dan ook niet meer worden getwijfeld.

Uit deze aanpassing aan koude omstandigheden moet worden geconcludeerd dat de wereldwijde temperatuurdaling die aan het einde van het Krijt lijkt te zijn opgetreden, niet de oorzaak van het plotseling uitsterven van de dinosauriŽrs kan zijn geweest. Dat wordt bovendien onderstreept door het feit dat andere groepen reptielen niet op eenzelfde dramatische wijze van het toneel verdwenen op de K/T-grens. Ook in het Pleistoceen, met zijn waarschijnlijk veel grotere temperatuurfluctuaties zijn trouwens geen massauitstervingen zoals op de K/T-grens opgetreden.

Of de inslag op de K/T-grens de (indirecte) oorzaak van het uitsterven van de dinosauriŽrs is geweest, is nog steeds onduidelijk. Maar de pooldinoís geven aan dat het uitsterven niet te wijten kan zijn geweest aan een temperatuurdaling die door de inslag van een asteroÔde mogelijk is opgetreden.

Referenties:
  • Buffetaut, E., 2004. Polar dinosaurs and the question of dinosaur extinction: a brief review. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 214, p. 225-131. Kaartje: United States Geological Survey.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl