NGV-Geonieuws 84 artikel 522

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2005, jaargang 7 nr. 1 artikel 522

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 84! Op de huidige pagina is alleen artikel 522 te lezen.

<< Vorig artikel: 521 | Volgend artikel: 523 >>

522 Mariene reptielen uit Trias waren levendbarend
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Mariene reptielen uit Trias waren levendbarend. De meest diverse groep van mariene reptielen in de Trias werd gevormd door de sauropterygiërs. Er zijn sinds de vondst van het eerste exemplaar (in 1821) duizenden exemplaren gevonden, maar desondanks was nog steeds onduidelijk of deze dieren aan land kwamen om eieren te leggen (zoals schildpadden) of dat ze in zee bleven en levendbarend waren, zoals bijv. de mosasauriërs. Twee vondsten in China van uitzonderlijk goed bewaarde fossielen van de soort Keichosaurus hui leveren nu een duidelijk bewijs dat deze dieren levendbarend waren.


Keichosaurus hui (vanaf de rug gezien)

De twee exemplaren zijn beide uitgeprepareerd vanaf hun rugzijde, en zijn beide compleet, op enkele staartbeentjes na bij een van de exemplaren. Ze geven zo een extreem goed beeld van hun opbouw. Het bijzondere is echter dat beide exemplaren embryo’s van jongen bevatten, de een vier (twee links en twee rechts), de ander meer (maar slechter bewaard: drie links en een niet precies te bepalen aantal rechts: deze embryo’s liggen deels over elkaar heen en hun botjes hebben hun oorspronkelijke verband grotendeels verloren).


Embryo's (bij pijltjes) in het lichaam van Keichosaurus

Een opvallend aspect is dat bij beide exemplaren de meeste embryo’s met hun kopjes naar achteren gericht liggen. Dat is tegengesteld aan de ligging die van ichthyosauriërembryo’s bekend is, en ook tegengesteld aan de positie bij moderne walvisachtigen. De onderzoekers suggereren dat de abnormale ligging van de embryo’s in de twee beschreven fossielen geleid kan hebben tot de dood van beide dieren (en daardoor ook van de embryo’s) doordat de bevalling mis ging (net zo als de bevalling bij mensen grote problemen kan opleveren bij een stuitligging van de baby).

Ook om een andere reden zijn de gevonden exemplaren van belang. Het is immers duidelijk dat het om wijfjes gaat. Al veel langer werd verondersteld dat er anatomisch duidelijke verschillend waren tussen wijfjes en mannetjes, omdat er twee typen bestonden (veelal aangeduid als X en Y) die werden geïnterpreteerd als verschillende geslachten. Een van de gemakkelijk kwantificeerbare verschillen bestaat uit de verhouding tussen de lengtes van hert opperarmbeen en het dijbeen In type X is het opperarmbeen bijna net zo lang als het dijbeen (en heeft het een eenvoudige structuur, terwijl bij type Y het opperarmbeen veel langer is dan het dijbeen (en een veel gecompliceerdere bouw heeft). Tot nu toe was onbekend welk van de typen mannetjes voorstelde, en welk type wijfjes. De nu gevonden exemplaren behoren typisch tot type X. Daarmee is ook het probleem van de geslachten bij dit dus levendbarende mariene reptiel uit de Trias opgelost.

Referenties:
  • Cheng, Y.-n., Wu, X.-c. & Ji, Q., 2004. Triassic marine reptilrs gave birth to live young. Nature 432, p. 383-386.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Xiao-chun Wu, Canadian Museum of Nature, Ottawa (Canada) en Yen-nien Cheng (National Museum of Natural Science, Taichung (Taiwan).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl