NGV-Geonieuws 84 artikel 523

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2005, jaargang 7 nr. 1 artikel 523

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 84! Op de huidige pagina is alleen artikel 523 te lezen.

<< Vorig artikel: 522 | Volgend artikel: 524 >>

523 Zaadplanten ontwikkelden zich al in Midden-Devoon
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De verovering van het land door planten werd veel gemakkelijker toen zich planten ontwikkelden die zich voortplantten met zaden; daardoor konden immers ook droge gebieden worden gekoloniseerd. Vooral door deze evolutionaire doorbraak hebben de zaadplanten zich kunnen ontwikkelen tot wat ze nu zijn: de meest succesvolle groep planten, met meer dan 250.000 recente soorten.


Compleet exemplaar (IRSnB1045,866)
van Runcaria heinzelinii Stockmans


Reconstructie van een exemplaar van Runcaria heinzelinii Stockmans

De oudst bekende fossiele zaden stammen uit het Laat-Devoon (Famennien, 365 miljoen jaar geleden). Zaadplanten en zaden kunnen echter niet plotseling zijn ontstaan; daaraan moet een zekere ontwikkeling vooraf zijn gegaan. Die blijkt nu ook inderdaad te hebben plaatsgevonden. In Belgische gesteenten uit het Midden-Givetien (385 miljoen jaar geleden) zijn fossielen gevonden die dat aangeven. Dat eerder verzamelde materiaal, dat in 1968 van de befaamde paleobotanicus Stockmans de naam Runcaria heinzelinii kreeg, is nu opnieuw geanalyseerd. Daarbij zijn radiaal symmetrische megasporangia ontdekt. Volgens de onderzoekers kan het sporangium van Runcaria, op basis van de gedetailleerd beschreven kenmerken, worden beschouwd als een soort voorloper van zaad.

Een van de argumenten om te spreken van een soort voorloper van zaad is de grootte, die overeenkomt met die van de vroege zaden. De vorm van de puntige top van het megasporangium, het gelobde karakter van de bekleding en van de dop zijn drie andere karakteristieken die alleen bij zaadplanten voorkomen. Daarentegen vertoont het megasporangium echter ook kenmerken die niet bij zaadplanten thuishoren, zoals de uitgerekte vorm, het gebrek aan een opening en een vergroot topdeel. De onderzoekers spreken daarom liever van een voorloper van een echt zaad dan van een zaad zelf. De hele opbouw van het megasporangium wijst er verder op dat bevruchting plaatsvond via door de wind aangevoerde microsporen.

Als de gevonden exemplaren representatief zijn voor de ontwikkeling van de flora uit die tijd, betekent dit dat echte zaadplanten zich moeten hebben ontwikkeld tussen 385 en 365 miljoen jaar geleden. Dat is eerder dan tot nu toe op basis van moleculair onderzoek werd aangenomen. In het Givetien, toen Runcaria zich ontwikkelde, werden de voorlopers van de naaktzadigen vertegenwoordigd door de Aneurophytales en de vroegste Archaeopteridales. De vondst van Runcaria als voorloper van de zaadplanten wijst erop dat de spermatophyten eerder thuishoren bij de Aneurophytales dan bij de Archaeopteridales.

Referenties:
  • Gerienne, P., Meyer-Berthaud, B., Fairon-Demaret, M., Streel, M. & Steemans, P., 2004. Runcaria, a Middle Devonian seed plant precursor. Science 306, p. 856-858.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Philippe Gerrienne, Département de Géologie, Université de Liège, Sart Tilman, Luik (België). illustratiesuggestie: zie 2 bijgevoegde elektronische figuren (Runcaria).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl