NGV-Geonieuws 85 artikel 527

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2005, jaargang 7 nr. 2 artikel 527

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 85! Op de huidige pagina is alleen artikel 527 te lezen.

<< Vorig artikel: 526 | Volgend artikel: 528 >>

527 Zwavel uit onderzeese schoorstenen zorgt voor speciaal ecosysteem
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op de zeebodem komen plaatselijk heetwaterbronnen voor. Ze zijn vooral bekend van midoceanische ruggen en andere locaties in de diepzee, waar inmiddels veel onderzoek is verricht. Daarbij zijn merkwaardige, vaak soortenrijke ecosystemen ontdekt. Veel minder is bekend van dergelijke bronnen uit ondiepe zeeŽn. Een team onderzoekers uit Taiwan en Singapore heeft nu een dergelijk ecosysteem onderzocht voor de kust van het eiland Kueishan (121į57' O.L.; 24į50' N.B.).


Een van de gele 'schoorstenen' die gassen en zwaveldeeltjes uitbraken

De onderzeese heetwaterbronnen zijn, net als dergelijke bronnen op het land, gekenmerkt door de snelle chemische neerslag van opgeloste stoffen. Op het land gebeurt dat vooral in zijwaartse richting (bijv. in de vorm van travertijnterrassen), maar onder water worden er door die chemische neerslag een soort voortdurend opwaarts aangroeiende schoorstenen door gevormd, in het Engels bekend als 'hydrothermal vents'.


Grote hoeveelheden krabben (Xenograpsus testudinatus) in de holtes tussen de zwavelafzettingen

Dergelijke schoorstenen blijken zich niet alleen in de diepzee te vormen, maar ook in de minder dan 200 m diepe zee die nu is onderzocht. Bij Kueishan worden ze 2-6 m hoog. De 9 tot nu toe hier gevonden schoorstenen stoten zeer zuur, zwavelrijk water uit (pH = 1,75-4,60), evenals gassen (vooral kooldioxide, stikstof, zuurstof, zwaveldioxide en zwavelwaterstof), bij een temperatuur van 65-116 įC. Meestal zorgen hoge zwavelconcentraties voor een ecosysteem waarin zwavelreducerende bacteriŽn overheersen, maar dat blijkt bij Kueishan niet het geval. In plaats daarvan komen er vooral twee krabben voor van hetzelfde geslacht: Xenograpsus novaeinsularis en - in veel grotere aantallen - X. testudinatus. Van hun leefmilieu is nauwelijks iets bekend, en van de eerste soort is zelfs niet bekend wat hij eet.

X. testudinatus komt in ongekende aantallen (gemiddeld 364 exemplaren per vierkante meter!) voor. Door de nu uitgevoerde waarnemingen is duidelijk geworden hoe al deze exemplaren aan hun voedsel komen. In de periode tussen eb en vloed zwermen deze dieren, die zich bij de aanwezigheid van getijdenstromen schuilhouden in holtes tussen de zwavelafzettingen, uit en stropen een paar vierkante meter af op zoek naar voedsel. Dat blijkt (zoals uit studie van de maaginhoud bleek) ruimschoots aanwezig in de vorm van (afgestorven en naar de bodem gezonken) zooplankton.

Het blijkt dat tijdens deze perioden het zwavelrijke water uit de schoorstenen vrijwel loodrecht opstijgt, en zo grote hoeveelheden zwaveldeeltjes in het oppervlaktewater brengt. De hoge zwavelconcentratie in het water - soms zichtbaar als een gelige wolk - blijkt direct dodelijk voor het 'getroffen' zooplankton, dat afsterft en bezinkt. Dat proces vertoont letterlijk gelijkenis met het vallen van sneeuw. Zodra de getijstromen weer actief worden, stijgt de pluim uit de schoorsteen niet langer op naar de oppervlakte; er wordt dan dus geen zooplankton (vnl. copepoden) gedood, en de 'sneeuw' van dode organismen stopt. De krabben trekken zich dan weer snel terug in hun schuilplaatsen. Het is een mooi voorbeeld van een geologisch proces dat tot een uitzonderlijk ecosysteem leidt met van nergens anders bekende methoden van voedselvergaring.

Referenties:
  • Jeng, M.-S., Ng, N.K. & Ng, P.K.L., 2004. Hydrothermal vent crabs feast on sea 'snow'. Nature 432, p. 969.

Fotoís welwillend ter beschikking gesteld door Ng Ngan Kee, Department of Biological Sciences, National University of Singapore, (Singapore).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl