NGV-Geonieuws 85 artikel 530

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2005, jaargang 7 nr. 2 artikel 530

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 85! Op de huidige pagina is alleen artikel 530 te lezen.

<< Vorig artikel: 529 | Volgend artikel: 531 >>

530 Algenbloei was direct dodelijk in Eoceen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Weinig geologische vindplaatsen brengen het tot een plaatsje op de 'World Heritage Site' van UNESCO, maar een groeve bij Darmstadt heeft die status al geruime tijd bereikt. In de groeve werden vroeger oliehoudende schalies gewonnen die 47 miljoen jaar geleden, in het Eoceen, werden gevormd in een meer. De afzettingen uit dat meer zijn beroemd geworden doordat er talrijke fossiele van zoogdieren en andere hoogontwikkelde diergroepen in voorkomen, die in het algemeen zeer goed bewaard zijn gebleven.

Het merkwaardige van deze fossielen is dat er, naast planten, zoveel verschillende soorten dieren voorkomen, onder meer zoogdieren (waaronder primitieve paarden ter grootte van een hond, egelachtigen en vleermuizen), vogels en kevers. Er is vroeger geopperd dat de dieren bevangen werden door giftige dampen die uit het meer opstegen, maar dat is moeilijk verklaarbaar bij vogels en vleermuizen: die hadden in principe gemakkelijk aan de dampen kunnen ontkomen.


Fossiel exemplaar van een egelachtige: Pholidocerus hassiacus

Onderzoekers van de universiteit van Bonn zijn nu met een heel andere verklaring gekomen. Ze merkten op dat er bij de slachtoffers onder de paarden (Propalaeotherium) opvallend veel (5 van de 50) drachtige merries waren. Ook zijn er vijf paren van schildpadden (Allaeochelis crassescultata) gevonden in een positie die erop wijst dat ze4 ze bezig waren te paren. Dit alles wijst er volgens de onderzoekers op dat de dood vooral optrad in de vroege zomer, en ook heel plotseling moet hebben toegeslagen.


Twee exemplaren van de schildpad Allaeochelys crassescultata, mogelijk overleden tijdens het paren

De afzettingen van het meer bestaan uit afwisselende lagen van olierijke mudstones en kalksteenlagen die deels door algen werden gevormd. Die 'algenlagen' lijken te zijn ontstaan door het plotseling in grote massa’s optreden van blauwalgen (cyanobacteriën). Deze organismen zijn nu bijna constant in kleine hoeveelheden aanwezig in meren en plassen, maar kunnen zich plotseling sterk vermenigvuldigen, vooral wanneer er veel stikstof in het water aanwezig is. Daarbij scheiden ze gifstoffen af die in het water terechtkomen, en die zo dodelijk zijn dat dieren die van dat water drinken, vrijwel direct dood neervallen. De onderzoekers vermoeden dat dat het geval is geweest in het Eocene meer van Messel. Vleermuizen en vogels drinken vaak terwijl ze over het water scheren, en konden daardoor niet ontkomen. De dieren die langs de oever hun dorst lesten, hadden ook geen kans meer om te ontkomen.

Referenties:
  • Koenigswald, W. von, Braun, A. & Pfeiffer, Th., 2004. Cyanobacteria and seasional death: a new taphonomic model for the Eocene Messel Lake, Paläontologische Zeitschrift 78, p. 417-424.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Wighart von Koenigswald, Institut für Paläontologie der Universität Bonn, Bonn (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl