NGV-Geonieuws 86 artikel 531

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Februari 2005, jaargang 7 nr. 3 artikel 531

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 86! Op de huidige pagina is alleen artikel 531 te lezen.

<< Vorig artikel: 530 | Volgend artikel: 532 >>

531 Hoge duinen worden vastgelegd door grondwater
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Duinen ontstaan door de wind, en wanneer zandduinen aan wind blootgesteld blijven, veranderen ze in principe voortdurend van vorm en plaats. Bij kustduinen in onze streken is dat niet het geval, doordat de begroeiing op de duinen verder grootschalig transport van zand verhindert; dat is een van de redenen waarom helm in de duinen is aangeplant. In uitzonderlijke gevallen blijken echter ook grote, kale zandduinen in een droog klimaat niet van hun plaats te komen. Dat is bijv. het geval in de Badain-Jaran-woestijn, in het westelijke deel van Centraal MongoliŽ.


De Badain-Jaran-Woestijn in MongoliŽ, met duinen en een meer

De duinen in dit gebied zijn tot 500 m hoog, en de omstandigheden zijn overheersend winderig en droog: de neerslag ter plaatse bedraagt ca. 40 mm per jaar, terwijl de verdamping in de duingebieden 200 m per jaar bedraagt. Ondanks dit gebrek aan voldoende neerslag zijn er in het gebied 72 meren, met een gezamenlijke oppervlakte van 23 km2. Boven die meren bedraagt de verdamping 4000 mm per jaar. De meren zijn dus geen gevolg van de accumulatie van regenwater, maar bestaan uit lokaal aan het aardoppervlak komend grondwater. Dat grondwater is afkomstig van gesmolten sneeuw op de Quilian, een berg die 500 km ten zuidwesten van de woestijn ligt. Het water dringt via breukvlakken de grond binnen, waarna het via kalkgesteenten in de richting van de woestijn wordt vervoerd. Daar kan het water, dat dan inmiddels 20-30 jaar 'oud' is, via spleten weer aan het oppervlak komen en meren vormen. Een deel van het water wordt in de woestijn echter door de zandduinen 'opgezogen'.

Dat water stijgt hoog op in het duinzand. De bovenste 20 cm van het zand blijven droog (mogelijk door verdamping onder invloed van de wind); in de 2 m daaronder wordt 2-20% van het poriŽnvolume met water gevuld. Door het behoorlijk natte karakter van het zand krijgt de wind er nauwelijks vat op. Dat verklaart waarom deze hoge duinen nu niet of nauwelijks meer van hun plaats komen.

De voortdurende aanvoer van grondwater houdt de waterbalans in evenwicht, en is dus gelijk aan de verdamping minus de neerslag. Dat betekent dat de aanvoer van grondwater voor veel meer (drinkbaar) water zorgt dan de neerslag. Berekeningen wijzen uit dat het gaat om een hoeveelheid van 500 miljoen m3 per jaar. Dat is economisch interessant, omdat er een project is gepland om via de omleiding van waterstromen een hoeveelheid van 250 miljoen m3 per jaar beschikbaar te stellen voor het gebied tussen de woestijn en de Quilian. De kosten van dat project bedragen 500 miljoen dollar. Door grondwater af te tappen uit de kalkgesteenten die het smeltwater van de Quilian naar de Badain-Jaran-woestijn transporteren, zou mogelijk veel geld kunnen worden bespaard.

Referenties:
  • Chen, J.S., Li, L., Wang, J.Y., Barry, D.A., Sheng, X.F., Gu, W.Z., Zhao, X. & Chen, L., 2004. Groundwater maintains dune landschape. Nature 432, p. 459.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Ling Li, School of Engineering, University of Queensland, St Lucia (AustraliŽ).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl