NGV-Geonieuws 87 artikel 536

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Februari 2005, jaargang 7 nr. 4 artikel 536

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 87! Op de huidige pagina is alleen artikel 536 te lezen.

<< Vorig artikel: 535 | Volgend artikel: 537 >>

536 Atmosferische CO2-concentratie fluctueerde sterk in afgelopen 1000 jaar
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Een groep onderzoekers van de Universiteit van Utrecht heeft kans gezien de fluctuaties van de CO2-concentratie in de atmosfeer te reconstrueren voor - ruwweg - de laatste duizend jaar. Ze deden dat op basis van de frequentie van huidmondjes op de naalden van in de bodem bewaard gebleven naalden van de westerse hemlockspar (Tsuga heterophylla).


Naald van de Tsuga heterophylla

De naalden die voor het onderzoek werden gebruikt, waren afkomstig uit een 91 cm lange boorkern uit een op 1311 m hoogte gelegen ondiep meertje bij Mount Rainier in de Amerikaanse staat Washington. Deze boorkern werd onderverdeeld in 'plakjes' van een cm dik, en uit alle plakjes werden 3-5 herkenbare naalden van de boom (die alleen in de Verenigde Staten groeit) geÔsoleerd. Van die naalden werd bepaald hoeveel huidmondjes er per oppervlakteeenheid op voorkwamen.


Huidmondjes van de Tsuga hetrophylla

Deze hoeveelheid huidmondjes hangt in principe samen met de CO2-concentratie in de atmosfeer (omdat via deze huidmondjes de uitwisseling van gassen tussen plant en atmosfeer wordt geregeld), maar is daarnaast afhankelijk van een aantal parameters, waaronder de hoogte waarop de onderzochte plant groeit (mede omdat die van grote invloed is op de luchtdruk). Door ook rekening te houden met de diverse parameters die invloed hebben op het aantal huidmondjes per oppervlakte-eenheid, kan zo toch een nauwkeurig inzicht worden verkregen in de fluctuaties van het atmosferische CO2-gehalte.


Reconstructie van de CO2-concentratie. Zwarte lijn: gemiddelde waarde; groen veld: betrouwbaarheidsindicatie

Dit CO2-gehalte is, zoals thans algemeen bekend vanwege de discussie over een thans mogelijk optredend of beginnend broeikaseffect, van invloed op de temperatuur. Het atmosferisch CO2-gehalte in het verleden kan ook op andere wijze worden gereconstrueerd, bijv. op basis van de analyse van luchtbelletjes in ijskernen. Dergelijke analyses bleken steeds resultaten op te leveren die afhankelijk waren van de tijdschaal waarop het onderzoek plaatsvond. Een nauwkeurige analyse voor de laatste 1000 jaar was nog niet voorhanden.

Door het in Utrecht uitgevoerde onderzoek is dat nu wel het geval. Het blijkt dat er in dat tijdsbestek duidelijke fluctuaties zijn opgetreden, met maxima van 300-320 ppm (deeltjes per miljoen, berekend als volume) omstreeks 1000 en 1300. Minima (260-275 ppm) traden op omstreeks 860 en 1150; iets minder duidelijke minima traden op omstreeks 1600 en 1800. Pas na de industriŽle revolutie nam het CO2-gehalte drastisch toe, als gevolg van het grootschalig verbranden van fossiele brandstoffen.

De gevonden maxima en minima komen goed overeen met de uit andere onderzoeken (en deels uit historische bronnen bekende) maxima, resp. minima in de wereldwijde luchttemperatuur boven land, en met de temperatuur van het oppervlaktewater in de noordelijke Atlantische Oceaan. Dat geeft aan dat de in Utrecht gevolgde methode betrouwbaar is, ten minste voor het pre-industriŽle gedeelte van het Holoceen.

Referenties:
  • Kouwenberg, L., Wagner, R., KŁrschner, W. & Vischer, H., 2005. Atmospheric CO2 fluctuations during the last millennium reconstructed by stomatal frequency analysis of Tsuga heterophylla needles. Geology 33, p. 33-36.

Fotoís welwillend ter beschikking gesteld door Lenny Kouwenberg, Laboratorium voor Palaeobotanie en Palynologie, Universiteit van Utrecht, Utrecht (Nederland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl