NGV-Geonieuws 87 artikel 539

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Februari 2005, jaargang 7 nr. 4 artikel 539

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 87! Op de huidige pagina is alleen artikel 539 te lezen.

<< Vorig artikel: 538 | Volgend artikel: 540 >>

539 Continu zware storm op einde van Precambrische ijstijd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Omstreeks 635 miljoen jaar geleden eindigde een ijstijdvak dat zeer koude perioden moet hebben gekend. Volgens sommigen was de aarde tijdens de hoogtepunten zelfs geheel met ijs bedekt (de 'sneeuwbal-aarde' theorie). Het snelle einde van de laatste ijstijd uit dat oude ijstijdvak leidde tot een snelle zeespiegelstijging, waardoor onder meer de verdeling tussen land en aarde drastisch veranderde. Tijdens deze zeespiegelstijging werden plaatselijk carbonaatgesteenten afgezet, die nu uit dolomiet (een magnesium/calciumcarbonaat) bestaan. De afzetting van deze carbonaten vond waarschijnlijk binnen 2000 jaar plaats, langs de toenmalige continentale randen.


Detail van de veronderstelde Megastormgolfribbel

De carbonaten vertonen wereldwijd een aantal gelijke kenmerken, zoals hun verticale opbouw: ze beginnen met een 3-20 m dik pakket van opvallen bleek gekleurde dolomiet met duidelijke laminatie, waarin ieder laagje wordt gekenmerkt door naar boven toe grover wordende bestanddelen, waar overheen een fijn laagje ligt gedrapeerd. De dolomiet gaat zonder duidelijk grens naar boven toe over in een kleirijke kalksteen van elkaar rhythmisch afwisselende lagen, waartussen wat dolomitische laagjes liggen die ontstaan zijn doordat van boven dolomitisch materiaal als een troebelingsstroom omlaag gleed.

De dolomiet moet relatief ondiep zijn ontstaan: in ieder geval op een bodem die de invloed van (zware) golfwerking onderging. De kalksteen werd later, in dieper water (als gevolg van de voortgaande zeespiegelstijging) afgezet. De dolomiet vertoont tal van uitzonderlijke kenmerken, waaronder structuren die nu worden geïnterpreteerd als gigantische golfribbels. Deze ribbels worden vrijwel uitsluitend gevonden op relatief diepe plaatsen, dat wil zeggen op plaatsen waar alleen bij zeer sterke storm de golven een zo lange periode hadden dat ze de bodem konden bereiken. De structuren vertonen inderdaad alle kenmerken van golfribbels: een symmetrische vorm met een breed dal en met spits toelopende kammen. Intern is een soort naar twee zijden wisselende dakpansgewijze laminatie te zien, zoals die ook van 'normale' golfribbels bekend is.

Op basis van de diverse karakteristieken van de golfribbels en het sediment waaruit ze zijn opgebouwd, hebben de onderzoekers enkele kenmerken gereconstrueerd van de golven die voor hun ontstaan verantwoordelijk moeten zijn geweest. De maximale golfperiode moet in de orde van 21-30 seconde zijn geweest, wat veel meer is dan van huidige oceanische golven bekend is. Ook kan worden berekend dat de waterdiepte ter plaatse 200-400 m moet hebben bedragen. Op dergelijke diepten is momenteel zelfs bij extreem zware storm geen invloed van golfbeweging meer te herkennen.

De auteurs menen dat de extreme golven geen kortstondig fenomeen kunnen zijn geweest, bijv. als gevolg van een orkaan. Ze speculeren dat er gedurende lange tijd stormen bleven voortduren als het gevolg van de grote temperatuurverschillen tussen de krimpende ijskappen en de zich steeds uitbreidende oceanen.

Referenties:
  • Allen, Ph.A. & Hoffmann, P.F., 2005. Extreme winds and waves in the aftermath of a Neoproterozoic glaciation. Nature 433, p. 123-127.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Philip Allan, Department of Earth Sciences, ETH-Zürich, Zürich (Zwitserland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl