NGV-Geonieuws 88 artikel 541

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 2005, jaargang 7 nr. 5 artikel 541

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 88! Op de huidige pagina is alleen artikel 541 te lezen.

<< Vorig artikel: 540 | Volgend artikel: 542 >>

541 Ontwikkeling van vleermuizen explodeerde in Eoceen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Vleermuizen zijn merkwaardige dieren: ze jagen veel mensen angst aan, op dezelfde wijze als slangen of spinnen. Toch zijn vleermuizen veel nauwer verwant met mensen: het zijn immers zoogdieren. Maar binnen de groep van zoogdieren nemen ze wel een uitzonderlijke plaats in. Het zijn immers de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen; daarnaast beschikken ze over een sonarsysteem, waarmee ze hun prooi kunnen traceren, en die hen ook in staat stelt om in het donker obstakels te ontwijken. Het taxon van de vleermuizen is ook uitzonderlijk vanwege hun grote soortenrijkdom: ze vertegenwoordigen meer dan 20% van alle nu levende zoogdieren


Kleine vruchten etende vleermuis uit Afrika (Epomophorus minimus), behorend tot de Pteropodidae, de familie zonder sonarsysteem


Megaderma lyra een vleermuis met sonarsysteem, behorend tot de familie Megadermatidae


Momenteel worden er 18 families binnen de vleermuizen onderscheiden. Over hun onderlinge relatie was tot nu toe betrekkelijk weinig bekend; dat gold ook voor hun evolutionaire ontwikkeling, hoewel er restanten van fossiele vleermuizen bekend zijn die behoren tot 6 families die inmiddels uitgestorven zijn. Fossiele vleermuizen zijn echter schaars; dat is mede het gevolg aan de slechte fossilisatiemogelijkheden die dit soort dieren heeft.

Een van de huidige families van vleermuizen (de Pteropodidae: fruitetende vleermuizen uit de oude wereld) mist een sonarsysteem. Aangenomen werd tot voor kort dat de vleermuizen op een gegeven ogenblik sonar ontwikkelden, en dat er sindsdien twee groepen waren: de vleermuizen met (Microchiroptera) en de vleermuizen zonder (Megachiroptera) sonar systeem. DNA-onderzoek heeft echter twijfel gezaaid aan die opvatting over de evolutie van de vleermuizen, omdat sommige vleermuizen met een sonarsysteem (de rhinolophoidae) nauwer verwant bleken aan de Pteropodidae dan aan de overige Microchiroptera. Dat kan op twee evolutionaire ontwikkelingen wijzen: of het sonarsysteem ontwikkelde zich eenmaal (maar dan zijn de onderlinge verwantschappen van de diverse families anders dan tot nu toe werd aangenomen), of het sonarsysteem moet zich op twee momenten in de evolutie hebben ontwikkeld, waarvan later weer één ontwikkeling verloren ging. In beide gevallen zou dat veel opvattingen over de evolutie van de vleermuizen op z’n kop zetten.

Nieuw onderzoek, waarbij genen van alle bestaande vleermuisfamilies werden onderzocht, maakt waarschijnlijk dat sonar zich slechts eenmaal ontwikkelde, en dat de onderlinge verwantschappen van de nu levende families anders zijn dan eerder aangenomen. Uit dit onderzoek kunnen ook enkele andere opmerkelijke conclusies worden getrokken: in het Vroeg-Eoceen (52-50 miljoen jaar geleden) is er plotseling een enorme variatie binnen de vleermuizen opgetreden, op een moment dat het sonarsysteem al was ontwikkeld, evenals het vermogen tot vliegen. De onderzoekers speculeren dat deze plotselinge explosie van vleermuistypen in het Eoceen samenhangt met een plotselinge toename van het aantal verschillende typen prooidieren, en dat de verschillen in sonarsystemen en vliegwijzen samenhangen met het opvullen van ecologische niches die toen ontstonden. Dit alles vond plaats op een tijdstip dat de gemiddelde jaarlijkse temperatuur sterk steeg, dat er een plotselinge toename was van het aantal plantensoorten, en waarop de diversiteit van Tertiaire insecten een hoogtepunt bereikte. De vleermuizen wisten van deze ontwikkelingen kennelijk optimaal te profiteren.

Eocene vleermuizen zijn bekend van alle continenten, behalve Antarctica. Uit het onderzoek blijkt dat Laurazië (waarschijnlijk Noord-Amerika) de bakermat van de vleermuizen moet zijn, al kwam er zuidelijker een vierde tak voor. Berekeningen van de onderzoekers geven aan dat zo’ n 61% van de fossiele vleermuissoorten nog onbekend is.

Referenties:
  • Simmons, N.B., 2005. An Eocene Big Bang for bats. Science 307, 527-528.
  • Teeling, E.C., Springer, M.S., Madsen, Ole, Bates, P., O’Brien, S.J. & Murphy, W.J., 2005. A molecular phylogeny for bats illuminates biogeography and the fossil record. Science 307, p. 580-584.

Foto’s van Paul Bates, Centre for Systematics and Biodiversity Research, Sevenoaks (Engeland); welwillend ter beschikking gesteld door welwillend ter beschikking gesteld door Emma Teeling, Department of Zoology, University College Dublin, Dublin (Ierland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl