NGV-Geonieuws 88 artikel 543

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 2005, jaargang 7 nr. 5 artikel 543

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 88! Op de huidige pagina is alleen artikel 543 te lezen.

<< Vorig artikel: 542 | Volgend artikel: 544 >>

543 Europese bossen waren vroeger wl dicht en donker
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Oude overleveringen in Europa verhalen van dichte, donkere bossen. Dat dichte karakter is, althans voor de gematigde streken van Europa, door sommige ecologen ter discussie gesteld. Zij meenden dat de bossen in het verleden helemaal niet zo dicht en donker waren, maar dat er eerder sprake was van een parkachtig landschap: een vrij open bos met daarin tal van open plekken met slechts enkele bomen. Er zou dus eerder sprake zijn geweest van wat wel een parklandschap wordt genoemd dan van moeilijk doordringbare bossen. Als argument voerden deze ecologen aan dat een dicht bos onmogelijk was, gezien het vele grazen van grote dieren zoals primitieve runderen, herten, wilde paarden en beren. Daarnaast is bekend dat de zaailingen van boomsoorten zoals de eik (Quercus) en de hazelaar (Corylus) die destijds veel in de bossen voorkwamen, licht nodig hebben.


Grazende bisons in het oerbos van Bialowieza (Polen).IALOWIEZA (POLEN). Fraser Mitchell

Er zijn, behalve op het grensgebied van Polen en Rusland in Europa geen oerbossen meer aanwezig. Het Pools/Russische oerbos ligt in een gebied met een landklimaat met grote temperatuurverschillen tussen zomer en winter, en kan dus niet dienen als vergelijkingsmateriaal voor de oerbossen in de meer gematigde streken van Europa. Ecologen reconstrueren de vroegere begroeiing van dit deel van Europa voornamelijk op het stuifmeel dat planten in de loop van de afgelopen duizenden jaren hebben achtergelaten in veenpakketten en in de sedimenten die zich op de bodem van meertjes vormden. Die reconstructie is echter veel minder ondubbelzinnig dan soms wordt gesuggereerd. Het stuifmeel dat op een bepaalde plaats in de bodem wordt bewaard kan immers van tal van plaatsen met de wind zijn aangevoerd, en hoeft daarom geen weerslag te zijn van de begroeiing ter plaatse.

De aanwezigheid van grote grazers staat overigens niet ter discussie. Zowel fossiele resten (vooral botten) en archeologische vondsten zijn daarvan het ondubbelzinnig bewijs. De vraag is echter of de aanwezigheid van die grazers de aard van het bos bepaalde, of dat de aard van het bos doorslaggevend was voor de soorten en aantallen van de grazers. Dat is nu onderzocht in een bijzonder veldexperiment door een botanist uit Ierland. Ierland is grotendeels ongerept gebleven, en de bossen werden er niet door grote grazers benvloed, omdat die, met uitzondering van beren, in het door zee omgeven Ierland afwezig waren na de laatste ijstijd. De botanist, Fraser Mitchell, onderzocht het oude stuifmeel uit tal van gebieden in Ierland met stuifmeel uit dezelfde perioden in Europa, waar wel veel grote grazers rondliepen. Zo kon hij nagaan in hoeverre de grazers invloed uitoefenden op de begroeiing.

Het onderzoek toonde aan dat er geen wezenlijk verschil bestond tussen de begroeiing die op grond van het stuifmeel werd gereconstrueerd voor Ierland en de rest van Europa. Uit de grote gelijkenis moet worden geconcludeerd dat de aanwezigheid dan wel afwezigheid van grote grazers geen verschil heeft uitmaakt voor de oerbossen. Daarmee kan het idee van parkachtige bossen naar het land der fabelen worden verwezen: de Europese bossen waren, voordat de mens ingreep, inderdaad donker en dicht, op tijdelijke open plekken na waar bomen zoals de eik en de hazelaar konden opgroeien (ook in het dichte tropische regenwoud kunnen zo zaailingen toch opgroeien). Die conclusie is uiteraard ook van belang voor de autoriteiten die Europese bossen weer in hun oorspronkelijke staat willen herstellen.

Referenties:
  • Mitchell, F.J.G., 2005. How open were European primeval forests? Hypothesis testing using palaeoecological data. Journal of Ecology 93, p. 168-177.
  • Moore, P.D., 2005. Down to the woods yesterday. Nature 433, p. 588-589.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Fraser Mitchell, Botany Department, Trinity College, Dublin (Ierland).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl