NGV-Geonieuws 5 artikel 55

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 1999, jaargang 1 nr. 5 artikel 55

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 5! Op de huidige pagina is alleen artikel 55 te lezen.

<< Vorig artikel: 54 | Volgend artikel: 56 >>

55 Klei uit Baikalmeer weerspiegelt paleoklimatologische ontwikkeling
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het Baikalmeer, in zuidoost SiberiŽ, ligt in een sterk dalende slenk (een zogeheten rift valley). Als gevolg daarvan vindt er een vrijwel continue sedimentatie plaats en is erosie nagenoeg afwezig. Dat levert dus een sedimentpakket op dat een vrijwel ononderbroken weergave vormt van de omstandigheden ter plaatse. Daarom is een project opgezet waarbij lange boorkernen uit het meer worden opgehaald en geanalyseerd. Een van de doelstellingen daarvan is een reconstructie van de paleoklimatologische ontwikkeling.

Een probleem daarbij is dat een eventuele klimaatfluctuatie moet worden afgeleid uit eigenschappen van het sediment of uit specifieke stoffen (inclusief fossielen) die in het sediment zijn opgenomen. Deze parameters reageren echter niet alle even snel en duidelijk op een klimaatverandering. Dat is een van de belangrijkste redenen waarom nog steeds zoveel onzekerheden over het vroegere klimaat bestaan. Er is dan ook grote behoefte aan parameters die snel op zoín klimaatfluctuatie reageren, die ruimschoots voorhanden zijn, die een redelijk betrouwbaar beeld van het klimaat schetsen, en die snel en goedkoop kunnen worden geanalyseerd. Een dergelijke combinatie van eigenschappen komt echter uiteraard weinig voor.

Een interessante ontwikkeling op dit gebied lijkt nu plaats te vinden door het analyseren van de in de boorkernen aanwezige typen klei. Het gaat daarbij vooral om de relatieve verhoudingen tussen de diverse kleimineralen binnen het totale kleipakket (deeltjes kleiner dan 2 micron). In het geval van het Baikalmeer betreft dat voornamelijk illiet, illiet/smectiet, chloriet en kaoliniet. De verhoudingen tussen deze soorten blijken duidelijke fluctuaties te vertonen, zowel in de bovenste sedimentpakketten overal in het meer zelf (die met eenvoudige boortechnieken konden worden bemonsterd), als in de kernen van meer dan 100 m lang die aan het einde van de Selenga-delta werden opgehaald.

De zo verkregen kleimonsters werden door een Amerikaans en een Duits onderzoeksteam onafhankelijk van elkaar geanalyseerd. De resultaten werden vervolgens vergeleken met gegevens uit andere bronnen. Het bleek dat de kleiverhoudingen vooral afhingen van twee factoren: de veranderingen in het klimaat, en veranderingen in het herkomstgebied van de aangevoerde klei. De klimaatfluctuaties overheersten in de bovenste (dus jongste) 40 m van de meerafzetting, terwijl veranderingen in het herkomstgebied vooral de samenstelling van de oudere sedimenten bepaalden.

Bij hogere temperaturen bleek het aandeel illiet/smectiet (en soms dat van kaoliniet) toe te nemen. Dat deze klei een goede klimaatindicator is bleek uit vergelijking van de gevonden frequentiecurve met een temperatuurcurve zoals die is opgesteld met behulp van zuurstofisotopen in sedimenten die in zee zijn afgezet. De conclusie is dan ook dat kleianalyse een betrekkelijk eenvoudige, vrijwel altijd mogelijke en goedkope manier is om inzicht te krijgen in klimaatfluctuaties die plaatsvinden in het centrale deel van continenten.

Referenties:
  • Yuretich, R., Melles, M., Sarata, B. & Grobe, H., 1999. Clay minerals in the sediments of Lake Baikal: a useful climate proxy. Journal of Sedimentary Research 69, p. 588-596.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl